Historische achtergronden
De Fins taal is verwant aan Hongaars, Estlands en Turks en behoort tot de z.g.n. Fins-Oegrische taalgroep, die minstens 6000 jaar oud is. De aanwezigheid van de taalgroep in Europa wordt vaak geassocieerd met de invasies van Hunnen in de tijd van de volksverhuizingen, maar er zijn aanwijzingen dat de Oeralische variant, die tegenwoordig tot in noordoost Siberië opgeld doet, al minstens 5000 jaar lang in Finland en Siberië aanwezig is. Mogelijk is ze zelfs een erfenis van de allereerste bewoners van Finland, de rendierjagers die tijdens de laatste ijstijd West-Europa bevolkten en met de rendieren mee trokken naar het noorden toen het warmer werd. Het Fins is de moedertaal van het merendeel van de bevolking, maar het kent een lange geschiedenis van onderdrukking. De komst van het lutheranisme in de 16e eeuw bood echter wat ruimte en in 1543 aanschouwde het eerste Finse grammaticaboek van bijbelvertaler Mikael Agricola het daglicht. Toch werd tot ver in de 19e eeuw het Fins nog gezien als taal van ongeletterde boeren en buitenlui. Wie hogerop wilde komen moest zich, afhankelijk van de bezettende macht, in het Zweeds of Russisch dan wel in het Engels of Frans uitdrukken. Deze historische situatie heeft tot op de huidige dag kwaad bloed gezet en er zijn om die reden heel wat Finstalige kinderen geweest die er bij Zweedse lessen een potje van maakten. Achteraf valt hen echter vaak wel op dat je via het Zweeds makkelijker Engels leert. Grondwettelijk is Finland nu tweetalig. Straatnamen worden overal in het Fins en in het Zweeds aangegeven en op scholen zijn beide talen verplicht.
Kenmerken van het Fins en het Laps
Het Fins is voor de meeste Europeanen erg moeilijk te leren. Typerende kenmerken daarvan zijn veel naamvallen, lange woorden (voorzetsels en vervoegingen die aan zelfstandige naamwoorden en werkwoorden worden vastgeplakt), een overvloed aan klinkers en weinig medeklinkers. Zo kent het Fins bijv. niet de letters b, c, f, q, w, x en z en evenmin het werkwoord hebben. De Finnen kennen, net als Hongaren en Esten, geen onderscheid tussen hij en zij, hetgeen nog wel eens tot vergissingen leidt. De taal kent Baltische leenwoorden in verband met de zee (wellicht hadden de oorspronkelijke sprekers weinig op met dit fenomeen), oud Germaanse leenwoorden in verband met landbouw (dat rendierjagers evenmin kenden) en veel Indo Europese leenwoorden. De huidige talen van de Samen (volbloed Lappen en hedendaagse rendierhouders) zijn anders dan Fins. Er zitten veel oud Noorse en Zweedse woorden in. Ze worden in Finland nog gesproken door zo'n 7000 bewoners van Lapland en op enkele scholen met een meerderheid van Sami leerlingen onderwezen.
|