Voorgeschiedenis en zorgstelsel
De gezondheidszorg wordt in Finland gezien als een taak van de overheid en ze wordt dan ook grotendeels (voor 61% in 1999) betaald uit belastinggeld. Vanaf 1940 kwamen er zwangerschap en kinderklinieken en na 1950 werd het ziekenhuiswezen georganiseerd in 20 centrale ziekenhuizen. In de 60er jaren kwamen er districtsziekenhuizen bij en men slaagde er in om tbc de baas te worden. In 1979 werden werkgevers verplicht om te voorzien in geneeskundige zorg op de werkplek. In de 80er en 90er jaren kwamen er in de gezondheidscentra vaste district of wijkteams en patiënten kregen een vaste arts (omalääkäri). Ook werd lange termijnplanning ingevoerd en door decentralisatie kregen gemeenten meer invloed op de budgetbesteding. Per type patiënt werd een maximaal budget ingevoerd en overschrijdingen (bijv door een dure orgaantransplantatie) werden gelijkelijk over gemeenten binnen een district verdeeld. Door dit alles verliep de zorg effectiever en werden de wachtlijsten kleiner. Sinds 2002 is ook de tandheelkundige zorg voor iedereen in gelijke mate bereikbaar. In 2001 werden, na een 5 maandsstaking door medisch personeel, verbeteringen beloofd in hun betaling en werkomstandigheden. In 2000 was 80% van de Finnen (hoogste EU) min of meer tevreden over de zorg en in 2003 gold dit voor 73% (EU 44%). Wellicht speelt hier in mee dat menig Fin liever een zwijger dan een zeurpiet is.
Zorgvoorzieningen
Sinds 1972 vindt de 1e lijnszorg plaats in door de overheid gesubsidieerde en goed geoutilleerde districtsgezondheidscentra. Iedereen kan hier terecht voor routineonderzoeken en behandelingen door artsen, (para)medische specialisten en psychologen of voor zwangerschapszorg. Ook wijkverpleging, thuiszorg en preventieve gezondheidszorg vinden vanuit deze centra plaats. Verpleegkundigen, waarvan het merendeel bij zo'n gezondheidscentrum werkt, zijn in Finland dermate goed opgeleid dat ze meer medische handelingen kunnen verrichten dan collega's in de meeste EU landen. In 2003 waren er 278 van dergelijke centra en slechts 5% van de patiënten hoefde van hieruit doorverwezen te worden naar een ziekenhuis. Rond 2000 werkte de helft van de aan gezondheidscentra verbonden (para)medici parttime in zo'n 1000 privé-praktijken van artsen en 1450 van fysiotherapeuten, maar deze praktijken namen hooguit 4% van de ambulante zorg voor hun rekening. Rond de millenniumwisseling waren er in de 2e lijnszorg 5 academische ziekenhuizen, 15 regionale ziekenhuizen; 40 kleinere, vaak gespecialiseerde districtsziekenhuizen en 60 psychiatrische inrichtingen. Het land kent 20 ziekenhuisdistricten die allemaal eigen prijzen en diensten hebben. Volgens de WHO zocht in 2002 de doorsnee Fin 4,2 keer medisch advies bij een arts of gezondheidscentrum (Eu 6x, NL 5,6x). Er waren toen 23 ziekenhuisbedden per 10.000 inwoners (EU 41, NL 31). Het aandeel ziekenhuisopnames lag op 20% van de bevolking (EU 18%, NL 9%) en de verblijfsduur was met ruim 4 dagen (EU 7, NL 7,4) kort. De bezettingsgraad van ziekenhuisbedden lag op 74% (EU 76%, NL 58%). Ongeveer 1 op de 3 Finnen maakte rond 2000 gebruik van een alternatieve geneeswijze. Bronnenbaden, homeopathie, acupunctuur, kruidengeneeskunde en massage zijn het meest populair.
|
Zorgpersoneel
|
Aantal per 10.000 inwoners
|
|
Finland
2003
|
Nederland
2002
|
EU
2000
|
|
Artsen en specialisten
|
32
|
32
|
31
|
|
Tandartsen
|
9
|
5
|
7
|
|
Apothekers
|
11
|
2
|
8
|
|
Verpleegkundigen
|
118
|
133
|
71
|
Betaling van de zorg
Tussen 1995 en 2000 daalden de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg van 8.1 naar 6.6% van het BBP (EU gemiddelde in 2000: 8.6%), maar in 2003 lagen ze weer op 7,6%. Gezinnen gaven toen 3,6% van hun budget uit aan gezondheidszorg. In 2002 werd 43% van de zorg betaald door gemeenten, 17% door de staat, 16% door nationale verzekeringen en 24% uit privé-bron (20% eigen bijdragen). Finland kent forse eigen bijdragen. Voor 2000 kwam het voor dat patiënten tot 80% van hun inkomsten kwijt waren aan medische kosten en het aandeel minvermogende patiënten dat om de kosten te lenigen een beroep moest doen op hun privé-netwerk steeg tussen 1987 en 1996 van 2 naar 8%. Daarom bestaan sinds 2000 limieten voor de eigen medicijnbijdrage en ziekenvervoer (respectievelijk €605 en €157 p/j in 2004) en voor de totale eigenbijdrage voor laagstbetaalden. Voor ziekenhuisopnames gold in 2002 een eigen bijdrage van rond €25 per dag.
Volksgezondheid
De voornaamste doodsoorzaken waren hartvaatziekten (5e EU15 in 2001) en kanker (laagste EU15 in 2001). Via voedingsvoorlichting (deels vanuit de overheid) is men er vanaf 1970 in geslaagd om het aantal gevallen van hartvaatziekte met 70% te reduceren. Finland kent het hoogste cijfer binnen de EU15 aan sterfte door externe oorzaken (letsel en vergiftiging). Dit komt vooral door het relatief grote aandeel zelfmoorden (22 per 100.000; NL 7 per 100.000 in 2001), geweldsdelicten en ongelukkige vallen onder mannen (in het laatste hebben getuige de tv beelden de Dudesons een niet onaanzienlijk aandeel, maar die hebben het vooralsnog altijd overleefd). De sterfte door verkeersdoden is naar EU maatstaven juist laag. Het hoge vuurwapenbezit in Finland is wellicht debet aan een de vele zelfdodingen (België paart een hoog privé-vuurwapen eveneens aan een relatief hoog zelfmoordcijfer). Werkloosheid, drankgebruik, lange winternachten en mannelijk onvermogen om zich uit te drukken zijn ech-ter vaker als oorzaak genoemd. Wel is het cijfer na 1990 met zo'n 40% gedaald. Via gerichte gesprekken met alle betrokkenen in het netwerk van zelfmoordenaars is vanaf de 80er jaren expertise opgebouwd in het herkennen van signalen vooraf en sindsdien worden hulpverleners en onderwijskrachten e.d. daarin getraind. Mede door het extreme seizoensritme komen manisch depressieve stoornissen en winterdepressies in Finland ook veel voor en er zijn veel psychiatrische patiënten. Wel daalde tussen 1990 en 2000 het aantal opgenomenen onder hen van 8500 naar 5500 en hun gemiddelde verblijfsduur in inrichtingen zakte van 109 naar 30 dagen. Deze opmerkelijke veranderingen zijn echter niet louter het gevolg van een verbetering van de geestelijke volksgezondheid. Veel patiënten lopen nu op straat rond en men neigt er toe om weer meer geld te gaan steken in institutionele zorg.
Levensstijl
Vanaf midden 80er jaren zijn de Finnen gezonder gaan leven. Het aandeel van hen dat meer dan 5 uur per week fysiek actief was steeg en lag in 1999 op 42% (3e EU, EU21%). Het veelvuldige gebruik van de sauna heeft, ondanks de reinigende en ontspannende werking, niet kunnen verhinderen dat spier en skeletklachten (incl. sportblessures) veel voorkomen. Ook de cholesterolconsumptie is flink gedaald (-50% tussen 1975 en 2000). Men is meer granen, groenten en (klein)fruit gaan eten, maar toch neemt de zwaarlijvigheid toe (20% in 2002: 3e EU). In 2003 rookte nog maar 23% van de bevolking tussen 15 en 65 dagelijks (NL 32%, EU 28%). Finland kent zo’n strenge antirookwetgeving dat men soms zelfs in het eigen huurhuis niet meer kan roken doordat rookalarm verplicht is. Tussen 1991 en 2001 steeg het aantal geregistreerde overtredingen van de opiumwet het sterkst binnen de EU. In 2004 had 9% van de 15-25 jarigen en 7% van de 15-25 jarigen in het jaar voorafgaand aan de vraagstelling cannabis gebruikt (op 6 na laagste binnen 21 EU landen waar dit gebruik rond 2003 was doorgelicht). Het contingent voorstanders van het Europees legaliseren van cannabis voor privé-doeleinden was rond begin oktober 2006 met 8% het kleinst binnen de EU25 (EU 26%). De officiële alcoholconsumptie lag in 2003 op ruim 9 liter per hoofd (NL 8 liter). Hierbij moet worden aangetekend dat in Finland veel drank illegaal wordt gestookt en geïmporteerd en dat 10% van de Finnen de helft van de legale consumptie voor rekening neemt. Om na de EU toetreding van Estland een tegenwicht te bieden aan het verlies van accijnsinkomsten via Finnen die hun drank in Estland gaan kopen heeft de regering in 2004 de alcoholaccijns flink verlaagd. Naar verluidt zou daardoor de consumptie in Finland omhoog zijn gegaan.
|