|
Geschiedenis en ontwikkeling van de omroep
Tijdens de 1e wereldoorlog werd de komst van radio in Nederland door de regering tegengewerkt omdat men het medium zag als een bedreiging van de politieke neutraliteit. In 1919 verzorgde ingenieur Hanso Hendrikus Schotanus à Steringa Idzerda via zijn zender PCGG de 1e radio-uitzending vanuit zijn huis in Den-Haag. Ook werden de eerste zendmasten en toebehoren gebouwd in Kootwijk in het kader van de radioverbindingen met de rest van de wereld (m.n. de Nederlandse kolonies). Reeds een jaar daarvoor was de Nederlandse seintoestellen Fabriek NSF opgericht als joint venture van Marconi UK, Philips Eindhoven en radio Holland. Deze radio en zenderfabriek bleef tot 1960 de grootste in zijn soort. In tegenstelling tot de meeste EU landen, heeft Nederland nooit een staatsomroep gekend. De publieke omroep werd geboren uit particulier initiatief via de oprichting in 1923 van de HDO (Hilversumse draadloze omroep). Tussen toen en 1927 huurden omroeporganisaties van de diverse zuilen daar zendtijd, te beginnen met de protestante NCRV (Nederlandse Christelijke Radio Vereniging), gevolgd door de roomse KRO (Katholieke Radio Omroep), de socialistische VARA (Vereniging Arbeiders Radio Amateurs) en de vrijdenkende VPRO (Vrijzinnig Protestante Radio omroep). In 1928 ging de HDO zelf over in de rechts liberale AVRO (Algemene Vereniging Radio Omroep). De NCRV en de KRO kregen in 1927 hun eigen zendmast in Hilversum (Hilversum 2, waar de VPRO zich later ook op aansloot) waarmee er 2 radiozenders in het leven waren geroepen. In 1930 ging de overheid zich met het uitzendwezen bemoeien. De uitzendtijden werden bij wet verdeeld en er kwam een verbod op etherreclame. Kort nadien vonden bij Philips de eerste experimentele TV uitzendingen plaats Tijdens de Duitse bezetting gingen de zenders van Hilversum uit de lucht om plaats te maken voor een gecensureerde rijksradio-omroep. Ook werden luisterbijdragen ingevoerd. De populariteit van radio Oranje, de zender van de regering in ballingschap die vanuit Londen opereerde, groeide destijds gestaag ondanks het feit dat het luisteren ernaar steeds riskanter werd.
|
Voor de komst van de TV was de radio bron bij uitstek van nieuws en actualiteiten, sportverslagen, kinderprogramma's, muziek en religie. Hoorspelen, conferences, revues en quizzen waren zo populair dat de straten soms leeg waren omdat hele gezinnen aan de radio waren gekluisterd.
|
Direct na de oorlog was de zender Herrijzend Nederland actief. In 1947 werden Hilversum 1 en 2 weer in ere hersteld. Ze zonden uit via de zendmasten in Lopik. De experimentele TV uitzendingen waren in 1948 hervat, maar de 1e officiële TV uitzending van de door de 4 grootste omroepen opgerichte NTS volgde pas op 2 oktober 1951. Na de officiële opening verscheen het spel "de toverspiegel" op de buis. Gedurende rest van de 50er jaren bleven TV's dusdanig zeldzaam dat TV kamers op woensdag en zaterdagnamiddag tussen 5 en 6 vaak vol zaten met schoolkinderen uit de buurt die naar het kinderprogramma mochten kijken. Na 1960 werd de TV geleidelijk aan gewoner. In deze tijd kreeg de publieke omroep concurrente van commerciële zendpiraten vanaf zee. Via de anti-REM wet uit 1964 kon TV piraterij nog worden gekeerd, maar radiopiraten durfde men vanwege hun populariteit niet aan te pakken. Wel werd via de omroepwet van 1965 het stelsel toegankelijk gemaakt voor nieuwkomers. Zo kon via het creëren van de publieke muziekzender Hilversum 3 worden gepoogd om zendpiraat Veronica de wind uit de zeilen te nemen. Ook kwam er een 2e TV zender bij (Nederland 2) en de voormalige eigenaars van het REM eiland begonnen als eerste niet verzuilde omroep met uitzenden op het publieke net onder de naam TROS. In 1966 kregen ze als nieuweling gezelschap van de streng Calvinistische Evangelische Omroep EO. Het succes van de op kijkcijfers gerichte programmering van de TROS droeg er toe bij dat vanaf 1967 reclame via de uitzendmedia werd toegelaten. Andere geruchtmakende zaken uit dat jaar waren de invoering van kleuren TV en het verschijnen van het eerste live vrouwelijk naakt op TV via het VPRO programma Hoepla in de persoon van de dagblad Trouw lezende kunstenares Phil Bloom. In 1968 werden in het programma "een groot uur u" van Koos Postema taboeonderwerpen als euthanasie, pedofilie en transseksualiteit aan de orde gesteld.
In 1969 werden omroepen voor het eerst ingedeeld in categorieën waarvan de uitzendtijd afhing van het aantal leden. Niet commercieel opererende groeperingen kregen via de Nederlandse Omroep Stichting NOS uitzendtijdmogelijkheid. In 1974 moesten ook radio zeezenders hun activiteiten staken doordat Nederland het verdrag van Straatsburg ratificeerde. Zo kwam In 1975 Veronica op het publieke net, aan het eind van het jaar gevolgd door klassieke muziekzender Hilversum 4. Om dalende luistercijfers het hoofd te beiden gingen ook Hilversum 1 en 2 zich specialiseren. Hilversum 1 werd een lichte muziek en nieuwszender en Hilversum 2 werd informatieve zender. In 1983 werd Hilversum 5 ingesteld als zender voor speciale doelgroepen en in 1985 werden Hilversum 1 t/m 5 Radio 1 t/m 5. In 1987 legde de nieuwe mediawet criteria vast voor omroepen qua ledental en programma-inhoud. Via aanvullingen op de wet werd de NOS geprivatiseerd en geliberaliseerd. In 1988 werd TV zender Nederland 3 in het leven geroepen voor NOS zendgemachtigden zonder leden en in 1989 werden naast publieke omroepen buitenlandse commerciële omroepen toegestaan (duale stelsel). Jongerenzender RTL Veronique werd als Luxemburgse zender de eerste commerciële omroep op de kabel. Enkele maanden nadien ging ze via een deal met huidige mediamagnaat Joop van den Ende verder als gezinszender RTL 4. Met ingang van 1992 liet de mediawet ook Nederlandse commerciële zenders toe. Dit zorgde voor een toevloed aan nieuwe binnen en buitenlandse commerciële zenders, een enorme groei van de reclame-uitzendtijd en een marktoverwicht van de niet verzuilde commerciële digitale media. De reclame op de publieke omroep is in handen van de STER (Stichting Ether Reclame). Nieuwe toevoegingen aan de publieke omroep werden in 1998 jongerenomroep BNN (Bart's Neverending Network) en in 2005 de maatschappelijk gerichte omroep LLink en de seniorenomroep Max. In 2002 werd de term NOS verbreedt tot Nederlandse Publieke Omroep (NPO).
In 1995 verliet VOO (Veronica Omroep Organisatie) het publieke bestel om samen met productieholding Endemol de RTL/ Holland media Groep te beginnen. Deze bestond naast het TV station Veronica (het latere Yorin) uit RTL4, RTL5, TV10 en een aantal radiozenders. In 2001 trad de Vereniging Veronica uit de HMG en men werd in 2003 onderdeel van de internationale SBS groep. Deze ging in juni 2007 weer op in de ProSiebensat.1 groep die met 48 TV zenders en 22 radiozenders in 13 landen na de RTL groep de 2e mediagroep in Europa vormt. In Nederland is de groep thans vertegenwoordigd met SBS6 (sinds 1995), vrouwenzender NET5 (sinds 1999) en Veronica met kinderzender Jetix (sinds 2003). In 2004 werd de HMG groep als RTL Nederland SA en later als CLT Ufa SA onderdeel van de internationale RTL group, de mediapoot van het Duitse concern Bertelsmann. In 2005 werd daarbinnen Yorin vervangen door RTL7. De TV zender 10 of Talpa van John de Mol's Talpa media holding, die ook radiozenders bezit, werd in de loop van 2007 overgenomen door RTL8. Door de soepele Luxemburgse regels is de RTL group de grootste commerciële uitzendgroep van Europa geworden. Ze is met 33 radio en 33 TV zenders actief in 10 landen. Sinds 10 december 2006 zijn TV en radio-ontvangst in Nederland volledig digitaal via kabel of satelliet. Via de kabel kunnen 30 tot 35 TV zenders en zo'n 40 radiokanalen worden ontvangen. Gemiste TV programma's kunnen sindsdien worden bekeken of beluisterd op de website van de betreffende omroepen (bijv via uitzending gemist, radiocast en RTL gemist). Nederland telt 61 programmaraden die de kabelmaatschappijen verplichte en aangeraden zenders sturen. Daarnaast houden maatschappijen wat ruimte over voor eigen aanvulling van zenders.
Huidige leden NPO
In 2007 telde de Nederlandse publieke omroep 10 omroepverenigingen; de 6 traditionele omroepen uit de tijd van de verzuiling en de omroepen TROS, BNN, Llink en Max. Daarnaast zijn er 9 levensbeschouwelijke clubs zonder leden (8 religieuze omroepen en de humanisten) die zendtijd hebben op basis van artikel 39f van de mediawet, 2 educatieve omroepen (RVU en Teleac/ NOT; samen Educom) en nog een 6tal omroepen die mogen uitzenden. Onder deze groep vallen de NOS voor nieuws, sport en evenementen, de NPS (Nederlandse Programma Stichting) voor cultuur en minderheden, de stichting Socutera die zendtijd heeft voor goede doelen, de RNW (Radio Nederland wereldomroep) voor op het buitenland gerichte uitzendingen, de PP (zendtijd politiek Partijen) en de OF (omroep Fryslân) voor Friese taal en cultuur. Verder zijn er 291 lokale radio-omroepen en 125 lokale TV omroepen (allemaal op de site OLON). Het archief van de NPO is in handen van de stichting Beeld en Geluid. Ook beheert de NPO de nodige websites op portaal NPO met gidsen, uitzending gemist etc.
Financieel plaatje publieke omroep
Met ingang van 1/1-2000 zijn de omroepbijdragen afgeschaft en vervangen door belastinggeld. In 2005 bedroeg het budget van de publieke omroep €771 miljoen (-4% ten opzichte van 2004). Daarvan was €676 miljoen afkomstig van het ministerie van OCW (incl. €186 miljoen door de omroepen zelf verdiende reclameopbrengsten via de STER). Het restant (€95 miljoen) kwam uit belastinggeld. Tot de zgn. beheertaken van de publieke omroep (die de overheid betaalt) behoren het onderhouden van een omroeporkest en koor en een audiovisueel archief. Tezamen met de uitzendkosten gaf de overheid hier €77 miljoen aan uit.
Productiemaatschappij Endemol
Deze Nederlandse productiemaatschappij ontstond in 1994 via een fusie van de productiemaatschappijen van Joop van den Ende en John de Mol. De maatschappij verwierf groot internationaal TV succes met haar "Big brother concept". Het gaat daarbij om de cameraregistratie van de wederwaardigheden van een groep mensen die zich vrijwillig gedurende lange tijd dag en nacht laten opsluiten in een pand om elkaar weg te concurreren via de keus van de kijker of van de groep zelf. Daarbij int de laatst overgeblevene een grote beloning. De op buitenlandse soaps geënte soapseries "Goede Tijden slechte tijden" en "Onderweg naar morgen" van Endemol zijn dusdanig een begrip geworden dat ze worden afgekort tot GTST (zit sinds de 1e aflevering in 1990 op RTL4) en ONM (in 2007 via de publieke omroep op BNN). In 2007 werd Endemol onderdeel van het Italiaanse Mediaset van Berlusconi.
Huidige TV: ontvangst, zenders en programma-aanbod
In 2006 had volgens Eurobarometer 98% van de Nederlandse huishoudens TV (EU27: 97%), 63% (EU 75%) had één gewoon toestel, 25% (EU 16%) was in het bezit van een standaard en een breedbeeld TV en 10% (EU 6%) had alleen een breedbeeld TV. Er zijn meerdere ontvangstvormen per huishouden mogelijk. Het gedeelte huishoudens met de traditionele antenneontvangst was het kleinste binnen de EU (1 om 45%). Ook het gedeelte met ontvangst via een satellietschotel (7 om 21%) of met digitale aardeontvangst (4 om 7%) was klein naar Eu maatstaven. Het gedeelte met ontvangst via telefoon + modem (3 om 2%) was groot en het deel met kabelontvangst was het grootste binnen de EU na dat in België (91%, EU 35%). Een kabelabonnement kost in Nederland €150 tot €200 p/j. Het aandeel huishoudingen met meer communicatiediensten in één pakket was het grootste binnen de EU na dat in Denemarken en Estland (32 om 20%). De publieke omroep zendt uit via Nederland 1, 2 en 3. Sinds september 2006 is NL1 de brede zender, NL2 de zender met achtergrondinformatie en NL 3 de jongerenzender. In 2005 is Nederland 4 gelanceerd als betaalde digitale themazender. In 2006 had de zender 17 kanalen. Naast enkele regionale omroepen zitten aan publieke zenders overal de Vlaamstalige BRT1 en Canvas, 3 Duitse zenders (waaronder ARD en ZDF), de Britse BBC 1 en 2, de Amerikaanse nieuwszender CNN en de Franstalige TV5 op de kabel.
Tot de kleinere buitenlandse commerciële zenders die vrijwel overal via de kabel zijn te ontvangen behoren naast 3 of 4 zenders van MTV networks, Eurosport, Discovery Channel, National Geographic en/of Animal Planet. Ook de Duitstalige RTL en BBC world zijn op veel plaatsen toegevoegd. Kabelontvangst van Turkse of Marokkaanse zenders komt weinig voor en schotelantennes komen voor veruit het grootste deel op het conto van gezinnen met wortels uit deze buitenlanden. De vaste Nederlandstalige commerciële zenders waren in 2007 de RTL zenders 4, 5, 7 en 8 en de SBS zenders SBS6, Net5 en Veronica. De populaire gezinszender RTL4 afficheert zichzelf met gezelligheidsprogramma's, documentaires, nieuws en series. In 2007 nam de zender het eredivisie mannenvoetbal over van Talpa10. Tot de meest bekeken programma's op deze zender behoren de talentenjachtshow Idols (afgeleid van het Britse Pop Idol) en de soap GTST. Bij RTL5 ligt nadruk op series, reality (bijv Big brother serie de gouden kooi), film en amusement. De mannenzender RTL7 zet zaken, nieuws, sport, amusement, actiefilms en lifestyle op de voorgrond. Het in augustus 2007 met uitzenden begonnen RTL8 heeft veel vrouwenprogramma's (waaronder de eredivisie vrouwenvoetbal). SBS6 noemt amusement, film, series (bijv hart van Nederland), sport (voetbal nationaal elftal, darts) en belspelletjes (vooral 's nachts) als kenmerkende zaken. NET5 richt zich op de jonge hoger opgeleide vrouw met behulp van speelfilms, comedy en series (bijv desperate housewives) en bij Veronica ligt een accent op amusement en actiefilms.
De mediawet schrijft voor dat omroepen voor 20% cultuur, voor 25% informatie, voor 25% verstrooiing en voor 5% educatie moeten uitzenden. In de tabel hieronder staat het programma-aanbod van 2006 in % bij de grote omroepgroepen over het hele etmaal (excl. reclame). Bij de publieke omroep lag over het etmaal gerekend het aandeel Nederlandse producten op bijna 86%, bij RTL op bijna 60% en bij SBS op ruim 26%.
|
Genre
|
Publieke omroep
|
RTL
|
SBS
|
|
Info
|
59.7
|
47,4
|
31,1
|
|
Fictie
|
7,1
|
26,2
|
39,0
|
|
Amusement
|
5,5
|
21,4
|
23,4
|
|
Sport
|
7,1
|
3,5
|
3,5
|
|
Muziek
|
2,9
|
0,3
|
0,4
|
|
Kinderprogramma's
|
17,7
|
1,3
|
2,6
|
Kijkerspubliek
's Winters wordt volgens de website kijkonderzoek (die kijkers vanaf 7 jaar in haar onderzoek betrekt) een stuk meer TV gekeken dan 's zomers. Het zwaartepunt is tussen 1990 en 2006 verschoven van december naar februari. De gemiddelde kijktijd per etmaal nam gestaag toe van 2 uur naar 3u17 minuten. Ze daalt in de eerste 3 kwartalen echter altijd (in 2007 van 3u23 naar 2u49 min). Volgens de gegevens over 2006 lag tussen 0.00 en 16.00 uur het aandeel kijkers onder 10%, maar na 16.00 uur liep het snel op om rond 22.00 uur een piek te bereiken van ongeveer 45%. Met primetime wordt dan ook vaak de periode tussen 16.00 en 0.00 bedoeld. Bij Nickelodeon en Jetix bestaat het kijkerspubliek voor meer dan de helft uit kinderen en bij MTV en TMF voor ruim 70% uit de leeftijdsgroep tussen 13 en 35. Bij de middengroep qua leeftijd (20-49; 45% van de kijkers) doet Discovery de beste zaken (62,5%), gevolgd door NET5, Veronica en RTL5 (58%) en bij de 50plus groep (43,5% van de kijkers) scoren NL1 (65%), de regio-omroepen, NL2 en Eurosport (54%) goed. Door de bank genomen kijken meer vrouwen dan mannen TV (53 om 47%). Het aandeel vrouwen is het grootst bij de zenders RTL4 (65%), NET5, Animal Planet, NL1 en TMF (57,1%) en het aandeel mannen bij Discovery Channel (65%), Eurosport, National Geographic en Veronica (59%). De hoog opgeleide mannen hebben hierin een relatief groot aandeel. Voetbal en schaatswedstrijden scoren in Nederland altijd hoge kijkcijfers. Dit ging in extreme mate op voor 2006, met de Olympische winterspelen en het WK voetbal een belangrijk sportjaar. De top25 van de meest bekeken TV programma's bestond dat jaar op 1 item na (de Idols uitslag op 11/3 op RTL4) uit sportwedstrijden, waaronder 13 voetbalwedstrijden (incl. de top5), 8 Olympische schaatswedstrijden, het WK darts en 1 reguliere sportuitzending. Van de top25 werden 20 sportprogramma's uitgezonden via NL2. Sinds september 2006 zijn de sportprogramma's op de publieke omroep verdeeld over NL1 en NL3. Het grote succes van sportprogramma's komt m.n. op het conto van mannen. Soaps, big brother, idols en datingshows als boer zoekt vrouw op NL1 moeten het m.n hebben van het vrouwelijke kijkerpubliek.
Over heel 2006 lag het kijktijdaandeel van de 3 grote publieke zenders op 32,8% (-0,4% ten opzichte van 2005 door verlies bij NL2 en 3; NL1 13,1%; NL2 13,5%, NL3 6,2%). Na de in september ingevoerde nieuwe zenderverdeling bij de publieke omroep steeg in de rest van 2006 het aandeel van NL1 (brede zender) en NL 3 (jongerenzender) flink ten koste van Nederland 2 (uitdieping en achtergrond). Het aandeel van de RTL zenders over 2006 kwam uit op 23,1% (-0,4% door RTL4 en 7; RTL4 13,6%; RTL5 5,5%; RTL7 4%) en dat van de SBS zenders op 16,9% (-0,3% door SBS6 en Net5; SBS6: 9,6%; NET5 4%, Veronica 3,3%). Van de rest van de markt (28%) ging 6% naar kijken via Video (2%), DVD (3,4%) en het internet (0,4%). De in 2007 opgeheven zender 10 van Talpa (John de Mol) haalde 4,4% binnen (m.n door het eredivisievoetbal) en de regionale en lokale omroepen kwamen samen op 2,1%. De grootste onder de kleintjes waren Jetix, Nickelodeon, Discovery en de MTV zenders met ieder rond 1,8%. In 2006 had over het hele etmaal RTL4 het grootste marktaandeel met 13,6%, op de voet gevolgd door NL2 (13,5%) en NL1 (13,1%). Daarna kwam SBS met 9,6%. NL3, RTL5, het intussen opgeheven Talpa10, RTL7 en NET5 kwamen uit tussen 6 en 4%. Met uitzondering van NL2 scoorden de grote zenders samen met Veronica hun top tijdens primetime. De kleintjes hebben buiten primetime een groter aandeel dan onder primetime.
Radiozenders
In 2007 telde de Nederlandse Publieke Omroep 7 landelijke radiozenders. Dit waren de algemene zender radio1 (nieuws, sport en achtergronden), de lichte muziekzender radio2 (muziek aan de hand van thema's, bijv de top2000 hitparade aller tijden die men tussen kerst en oud en nieuw uitzendt), de popzender 3FM, de klassieke muziekzender radio4, de ouderenzender radio5 en de jazz en wereldmuziekzender radio 6. Daarnaast vielen er 13 regionale radio-omroepen, 291 lokale radio-omroepen en 12 puur digitale kanalen via regiocast onder. Radio Nederland Wereldomroep zendt ook uit via het internet.
Onder de landelijke commerciële radiozenders zenden er 9 uit via FM, 2 via de Middengolf, 3 uitsluitend via de kabel en 2 uitsluitend via internet. Bij de meest beluisterde commerciële popmuziekzenders horen de in 1992 door voormalig Veronica diskjockey Lex Harding begonnen radio538 (sinds medio 2007 van RTL Nederland), Sky radio en radio Veronica van de TMG groep, Q-music van mediabedrijf Talpa, de sinds 1988 opererende middengolfzender Radio10 Gold van Talpa, de regionale zenders van CRN (commerciële radio Nederland) en de zenders.Caz!, Arrow Classic Rock en Arrow Jazz van Arrow Classic Rock. De enige commerciële nieuwszender BRN nieuwsradio haalde een luistertijdaandeel van 0,4%.
Luisterpubliek
In 2006 had volgens het RAB (radio adviesbureau) 94,5% van de Nederlandse huishoudens minstens één radio in huis (gemiddeld iets meer dan 2 radio's). Daarvan had 68% een kabelaansluiting. Volgens de website tijdsbesteding.nl daalde het volksdeel van 12+ dat thuis dagelijks de radio aan had tussen 1975 en 2005 van 68 naar 28%. Verder werd de rol als medium voor achtergrondmuziek bij andere activiteiten steeds belangrijker (95% van de luisteraars). De tijd die men aandachtig luisterde nam af van 2,2 naar een half uur p/w. Niet werkende laag opgeleide oudere alleenstaanden luisterden nog het vaakst bewust. Volgens RAB/ CLO luisterden Nederlanders van 11+ in juni 2006 en juni 2007 gemiddeld bijna 3 uur p/d naar de radio (in de winter meer dan in de zomer). Volgens deze bron gebeurde dat bij 50% thuis, bij 23% op het werk en bij 12% onderweg. In 2006 luisterde volgens deze bron 82% wel eens FM, 19% AM, 64% via de kabel en 23% via het internet. Het aandeel dat wel luistert via het internet neemt in rap tempo toe. In 2007 lag het al op 37%. Het kan hier in principe gaan om radiozenders van over de hele wereld. In 77% van de gevallen had men een favoriete zender reeds ingeprogrammeerd en 22% luisterde via een portal. Luisteren via het internet gebeurde meestal met de PC (in 4% van de gevallen via een mobieltje).
Het marktaandeel van de publieke omroep daalde tussen 1997 en de zomer van 2007 van 33 naar 29% en dat van de regionale zenders van 16 naar 14%. De commerciële zenders profiteerden met een groei van 51 naar 57%. In 2007 was hier 7% bij inbegrepen voor buitenlandse commerciële zenders. In mei en juni 2007 had radio538 met 11,4% het grootste luisteraandeel, gevolgd door radio2 met 10,7%; Sky radio 9,9%, 3FM 7,8%, radio1 7%, Q-Music 6,2%, Veronica 5,8%; 10Gold 4,3% en radio4 2%. De 3 zenders van Arrow haalden samen 4,2% van het luisterpubliek binnen en de commerciële regiozenders van CRN 2,5%.
|