Sport
 

Recente voorgeschiedenis

In de communistische tijd kwamen planning, financiering, coördinatie en investeringen in de sport van de overheden en de uitvoering was in handen van de nationale sportbonden. Net als el­ders achter het ijzeren gordijn werd de topsport door de overheid gebruikt voor propagandadoeleinden. Topsporters kregen voor de vorm een baantje toegeschoven omdat profsport niet proletarisch was (ze werden bijv betaald onder de noemer van student, militair of politieagent) en ze werden verder beloond in de vorm van gratis voorzieningen, publiciteit en buitenlandse reizen. Veel beroemde sportclubs en sportfaciliteiten stammen uit deze periode. Het grootste sportevenement uit die tijd was de nationale Spartakiade, een atletiekevenement. De bekendste sportfaciliteit in Bulgarije is ook nu nog het nationale Vasil Levski voetbal en atletiekstadion. Na de val van de Berlijnse muur viel er een gat. De overheid was straatarm, voorzieningen raakten aan verval onderhevig en sporters en sportorganisaties moesten leren om sponsors te werven om te overleven. Hierdoor pres­teerde men internationaal tijdelijk minder en ook de georganiseerde breedtesport raakte in de versukkeling. Tegenwoordig is het staatsagentschap voor jeugd en sport BUPCS het belangrijkste overheidsorgaan met voormalige wereldkampioene schieten en parlementslid Vessela Letcheva als voorzitster (en met in april 2007 slechts een website in het cyrillisch).

 

Breedtesport

De in aanbouw zijnde Junak of Janek arena, een indoor stadion voor ijshockey en basketbal in Sofia, dat in 2008 gereed zal zijn, zou een aanwijzing kunnen zijn dat men door de ergste crisis heen is. De georganiseerde sport heeft tegenwoordig in Bulgarije een smalle basis die voornamelijk uit stedelingen bestaat. Op het platteland doen de velen die hun fysieke energie nog nodig hebben voor het alledaagse overleven alleen aan dansen, denksport (schaken, dammen, kaartspelen) of seks. Over het aantal leden van sportbonden of het aandeel van de bevolking dat aan sport doet waren in april 2007 voor Bulgarije niet of nauwelijks cijfers te vinden die niet in het cyrillische schrift waren gepubliceerd. Wel is bekend dat voetbal veruit de meest populaire breedtesport is. Andere belangrijke teamsporen zijn basketbal en volleybal. Al vanouds zijn bij jongens en mannen vecht en krachtsporten (bijv worstelen, gewichtheffen en boksen) populair en bij meisjes turnen en ritmische gymnastiek. In de winter wordt tegenwoordig door stedlingen veel geskied en gesnowboard en als zomersporten zijn bergbeklimmen, mountainbiken en atletiek opgekomen.

 

Topsport: teamsporten

Op de we­reldranglijst van de FIFA bezette het na­tionale mannenvoetbalteam in maart 2007 een 39e plaats onder ruim 200 landen en het vrouwenteam een 46e plaats onder de ongeveer 150 vrouwenlanden­teams op die lijst. In 1956 won het Bulgaarse Olympische mannenvoetbalteam brons in Melbourne en in 1968 zilver in Mexico. Op het WK van 1994 in de VS bereikte het mannenteam, waarvan de meest bekende international van Bulgarije Hristo Stoichkov deel uitmaakte, met een 4e plek zijn beste prestatie ooit. Stoichkov (bijgenaamd de dolk) werd in dat jaar gekozen tot Europees voetballer. Gedurende zijn 20 jarige nationale en internationale topvoetbalcarrière scoorde hij 206 keer voor de diverse clubs waar hij voor speelde en 37 keer voor het Bulgaarse nationale team. Desondanks werd de eveneens erg populaire Georgi Asparuhov-Gundi, die in 1971 omkwam door een auto-ongeluk, gekozen tot Bulgaars voetballer van de 20e eeuw. Naar hem is het thuisstadion van Levski Sofia vernoemd. Deze club, die 25 keer nationaal kampioen werd, behoort met CSKA (20 keer nationaal kampioen) tot de beide nationale topclubs. In het seizoen 2006/2007 was Levski de 1e Bulgaarse club die meedeed aan de Champions League. Daarbij sneuvelde men in de groepsfase. In het seizoen 1975/76 en 2005/2006 bereikte het team de kwartfinales van de UEFA cup. CSKA bereikte in 1976/77 en in 1981/82 de halve finale van de toenmalige Europacup voor landskampioenen (de voorloper van de Champions League). Tussen beide topclubs bestaat een heftige concurrentie, met name onder de heetgebakerde supporters. De Bulgaarse volleybalteams behoren tot de sterkste ter wereld. In 2006 stond het mannenteam 5e op de wereldranglijst. In 1980 wonnen de mannen zilver en de vrouwen brons bij de OS in Moskou en de mannen werden 4 keer 3e op het WK (de laatste keer in 2006 in Japan).

 

Andere topsport

T/m 2006 was Bulgarije bij alle Olympische spelen goed voor 213 keer eremetaal, waaronder 52 keer goud. Alle medailles werden gewonnen tussen 1952 en 2006; op 6 na bij zomerspe­len. Daarmee behaalde men in het totaalklassement van de zomerspelen een 23e plaats onder ruim 150 medaillewinnende landen (het rijke Nederland met ruim 2 keer zoveel inwoners staat 17e) en bij de winterspelen een 29e plaats temidden van een kleine 50 landen. De Bulgaren wonnen het merendeel van hun olympische medailles bij het worstelen. Voorbeelden van grootse Bulgaarse kampioenen zijn Armen Nazarian (geboren in 1974 in Armenië, hij won Olympisch goud en brons en 6 wereldtitels voor Bulgarije bij het Grieks-Romeins worstelen), Serafim Barzakov (zilver vrije stijl OS 2000) en Valentin Yordanov (1 Olympische en 14 wereld en Europese titels). Bulgaarse gewichtheffers staan evenzeer hun mannetje. Ze wonnen meer dan 1000 medailles in internationale toernooien. Demir Demirev, Guergui Gardev en Yoto Yotov behoren tot de meest gelouterde onder hen. Ook bij het turnen heeft het land een internationale reputatie opgebouwd. Tot de bekendste ritmische gymnasten uit Bulgarije behoren Maria Gigova en Maria Petrova (behaalden beide 3 wereldtitels) en Yordan Yofchev (Bulgaars sportman van het jaar in 2003 en 2004).

 

Bij de atletiek zijn de Bulgaren vooral goed op de technische nummers. Hoogspringster Stefka Kostadinova werd tussen 1996 en 2000 olympisch kampioen en 2 keer wereldkampioen. Eind 2005 werd ze voorzitster van het Bulgaarse Olympisch comité. Yordanka Donkova was in 1988 Olympische kampioene op de 100 meter horden. Ook bij het EK en het WK won ze medailles. Grootse winnaars van Olympisch eremetaal bij het kanoën zijn Vanya Gesheva (5 medailles, 1 x goud in 1980 en 1988) en Nikolay Buhalov (1992 Barcelona; goud op 1000 en 1500 meter). Maria Grozdeva won tussen 1992 en 2004 meerdere medailles (waaronder 2 keer goud) bij het schieten. Tot de meest opvallende prestaties van Bulgaren bij wintersporten behoort het zilver van Ekaterina Davovska op de 15 km van de biatlon bij de Olympische spelen. In 2006/2007 won Albena Denkova 2 keer goud bij het WK, op haar eentje bij het kunstschaatsen en samen met Maxime Staviski (voor de 2e keer) bij het ijsdansen. Ook shorttrackster Evgenia Radanova haalde recentelijk Olympisch eremetaal binnen. De denksport staat in Bulgarije op een hoog niveau. In 2004 werd Antoaneta Stefanova wereldkampioene schaken en in 2005 herhaalde Veselin Topalov deze prestatie bij de mannen. In 2006 stond hij eveneens 1e op de wereldranglijst voor mannen.  

 
< Vorige   Volgende >
Internet Solutions by IT Elements