Home arrow Bulgarije arrow Cultuur arrow Cultuur in engere zin (vruchten der beschaving)
Cultuur in engere zin (vruchten der beschaving)
 

Cultureel erfgoed, architectuur en beeldhouwkunst

Volgens de mythische overlevering zou Orpheus in Bulgarije zijn geboren. Omdat Bulgarije al sinds een grijs verleden een spil vormt tussen oost en west zijn er veel overblijfselen van oude beschavingen achtergebleven. Het land herbergt 9 Unesco werelderfgoedmonumenten. Tot de oudste daarvan behoren Thracische graven bij Sveshtari in de provincie Razgrad (300 v Chr.) en bij Kazanlak (400 v Chr.), maar de in 1972 bij toeval ontdekte dodenstad in Varna is nog veel ouder. De bijna 300 graven daar zijn van 5000 tot 7000 jaar geleden en het (naar verluidt) eerste bewerkte goud ter wereld is er gevonden. Ook zijn er in het land veel overblijfselen uit de Griekse en Romeinse tijd. De oude stad Nesebar aan de Zwarte Zee is een toeristentrekpleister van formaat met een overvloed aan monumenten en overblijfselen die dateren vanaf de Thracische tijd tot in de 19e eeuw. Tot de Unesco monumenten uit de middeleeuwen behoren de ruiter van Madara bij Shumen in noordoost Bulgarije uit 710 en 3 kerk en kloostersites die mede beroemd werden vanwege hun fresco's. Dit zijn het in de 10e eeuw gestichte Rila klooster, de Boyanakerk bij Sofia (gebouwd tussen de 10e en de 19e eeuw met fresco's uit de 13e eeuw) en de rotskerken en kloosters van Ivanova.

 

Daarnaast telt het land talloze andere monumentale kerken, kloosters en versterkte gebouwen. Onder de laatste categorie vormt het Belogradchik fort met haar indrukwekkende rotspartijen één van de meest opvallende bezienswaardigheden. Enkele beroemde architecten zijn de 19e eeuwse bouwmeester van het nationaal ontwaken Kolyu Ficheto, Friedrich Grünanger (1856-1929; geen Bulgaar, maar wel ontwerper van ondermeer het koninklijk paleis en de synagoge in Moorse renaissancestijl van Sofia) en de Aviv Osif group die het in 2006 geopende winkelcentrum van Sofia ontwerp. Een aantal leden van de beweging van het nationaal ontwaken zijn begraven in het pantheon van Rousse. Tot de vele vrijheidsmonumenten in het land behoort het monument voor de gevallenen van de slagen bij Shipka en van de Turks Russische oorlog (1877/780 en het monument voor nationale held Vasillius Levski in Sofia. Hoewel er veel is opgeruimd zijn in het land ook nog beelden te vinden die de Sovjetheroïek weerspiegelen. Hristo Iliev Mitev (1951) is een bekende hedendaagse beeldende kunstenaar die veel met metaal werkt.

 

Andere vormen van beeldende kunst en ambachtelijke volkskunst

De orthodoxe icoon en frescokunst in de meeste Unesco sites en in de kloosters en kerken van Bulgarije is wereldberoemd. De invloed ervan is bijv terug te vinden in de Bulgaarse schilderkunst. Tot de nationale schilders van wie werk in het presidentiële paleis hangt behoren Jaroslav Vesin (1860-1915) met indringend realistisch werk, Zlatyu Boyadjiev (1903-1976) die in de 2e fase van zijn leven alleen met zijn linkerhand kon schilderen, humoristische schilder en graficus Stoyan Venev (1904-1989), historische schilder Dimiter Gyudjenov (1891-1979), nationaal ontwaken schilder Tzanko Lavrenov (1896-1978), de als briljant en origineel omschreven Vladimir Dimitrov-Maistora (1882-1960), de realistische graficus, schilder en illustrator Iliya Petrov (1903-1975), landschapsschilders Nicolas Taneff (1890-1962) en Ivan Hristov (1900-1987) en de in 1933 geboren Svetlin Roussef. Iliya Beshkov (1901-1958) en Boris Dimovski (1925-2007) zijn bekende Bulgaarse cartoonisten. Beshkov werd geïntrigeerd door de samenhang van waarheid met feiten en Dimovski verloor onder Zhivkov eens zijn baan vanwege een cartoon van een varken waarvan de staart gevormd werd door de handtekening van de toenmalig partijleider en president. Belangrijke vormen van ambachtelijke volkskunst (zie ook feestdagen en folklore) zijn houtsnijwerk (bijv op huizen), keramiek, textiele werkvormen (tapijten weven, borduren, klederdrachten vervaardigen), het schilderen van eieren en het versieren van bakkerijproducten (bijv broden).

 

De in 1935 in Bulgarije geboren Hristo Yavashev (artiestennaam Christo) werd wereldberoemd als installatiekunstenaar. Hij liet ondermeer de rijksdag van Berlijn en de Pont Neuf in Parijs inpakken.

 

Podiumkunsten: volksmuziek, zang en dans

De Bulgaarse volkszang, muziek en dans met haar complexe ritmes en maatsoorten is beroemd geworden over de hele wereld. In Bulgarije kent iedere regio zijn eigen stijlen. Volksmuziekfenomenen zijn in Bulgarije verweven met veel uiteenlopende levenssituaties. Er is bijv nogal eens levende muziek om rituele activitei­ten op het land te begeleiden (zie feestdagen en folklore). Qua muziekstijl worden een 5tal lande­lijke regio onderscheidden (zie dia) en buiten dat is de volksmuziek uit de stad anders dan die van het platteland. Op het platteland worden vaker traditionele instrumenten ge­bruikt en bij bruiloften en andere dansfeesten en in de stad vaker accordeons, violen, klarinetten, saxofoons, drumstellen, elektrische gitaren of keyboards. Veel traditionele instrumenten zijn ook in Turkije belangrijk. Daaronder vallen de saz (een snaarinstrument), de kaval (een soort blokfluit), de tupan (een aan 2 kanten bespeelbare schoudertrommel) en de tarabuka (een vinger­drum). Andere veel gebruikte traditionele in­strumenten zijn de gaïda (een doedelzak van geitenhuid), de gadulka (een snaarinstru­ment dat rechtopstaand wordt bespeeld) en de tambura (een luit met een lange hals en me­talen snaren). Boris Karlov (1924-1964) was een bekende Bulgaarse accordeonist uit een zigeunerfamilie. Het Yuri Yunakov ensemble (eveneens met een Roma achtergrond) fuseert traditionele muziek voor bruiloften en partijen met  elementen uit moderne rock en jazz.

 

De één of meerstemmige Bulgaarse volkszang werd mede bekend door het in 1951 door Philip Koutev opgerichte vrouwenkoor van de Bulgaarse tv; mysterie van de Bulgaarse stemmen. Hieruit is het Trio Bulgaria ontstaan dat ondermeer opnames maakte met Kate Bush. Yanka Rupkina en Valya Balkanska behoren tot de meest gerespecteerde Bulgaarse volks­zangeressen. Het liedje "Izlel je Delyo Hagdutin" van Balkanska uit de Rhodopebergen werd door de NASA dusda­nig representatief gevonden voor de menselijke soort dat het (uiteraard samen met andere muziek) sinds 1977 met het ruimteschip Voyager onderweg is naar eventueel buiten­aards intelligent leven. De belangrijkste volksdansen van Bulgarije zijn de horo, een snelle wervelende dans met meer dan 150 regiovariaties en de rachenitsa, waarbij dansparen elkaar proberen af te troeven. Met de vele ritmische gymnasten die het land telt staat ballet op een hoog niveau. Het Bulgaarse klassieke ballet is sterk geïnspireerd door de Russische school. Het bekendste moderne gezelschap heet Arabesque. Varna kent een internationaal balletfestival. Tegenwoordig is de Latijnse dans sterk in opkomst.

 

Andere muziek en zang

Veel Bulgaarse componisten hebben zich laten inspireren door de eigen volksmuziek. Een belangrijk 20e eeuwse voorbeeld is Petko Stainov (1896-1977). Dobri Hristov (1865-1941) en Pancho Vladigerov (1899-1978) componeerden veel gewijde muziek. Yoan Kukuzel (1280-1360) componeerde en zong Byzantijnse kerkmuziek. Ook nu nog zijn er veel Byzantijnse kinder en volwassenenkoren en er is de groep Aquadelia die een eigentijdse draai geeft aan folk en kerkmuziek. Tot de vele wereldberoemde Bulgaarse opera en operette zangers en zangeressen behoren Boris Christov, Nicolaï Chiaurov (1929-2004), Ghena Dimitrova en Raina Kabaivanska (die omschreven wordt als de nieuwe Maria Callas). Onder de nieuwe lichting vallen Vesselina Kazarova en Orlin Anastassov. Be­langrijke hedendaagse opera en operettehappenings zijn het internationale festival van jonge operazangers in Sofia en het Sozopol Apollonia festival. Qua popmuziek dringen heersende modetrends tegenwoordig even snel door tot Bulgarije dan tot andere EU landen en de Bul­garen hebben genoeg achtergrond op daar een eigen bijdrage aan te leveren. Ook in de rock, jazz, techno en rap uit Bulgarije wordt vaak de eigen volkstraditie verweven. Typisch Bulgaars is de Chalga, een mengsel van Balkanfolk, zigeunermuziek en Turkse en Arabi­sche invloeden met Azis als belangrijkste vertegenwoordiger. De groep Epizod vermengt heavy metal met traditionele Bulgaarse liedjes. FSB (opgericht in 1977) is een vooraan­staande rockfunkband en BTR is een hardrock/heavymetal groep uit 1993. Rumaneca en Enchev vormen een populair rapduo.

 

Theater en film

In de loop van de 19e eeuw stimuleerde de beweging van het nationaal ontwaken schooltoneel. In 1856 werd in Shuman de 1e schouwburg geopend waar klassiek en (voor die tijd) modern theater werd gespeeld. Rond de 20e eeuwwisseling werden in Plovdiv een lach en traantheater en het nationale Ivan Vazov theater (naar de grootste toneelschrijver van het land) opgericht. In de Sovjetperiode maakte het beroepstheater een bloeiperiode door. Er waren 57 schouwburgen in het land, waarvan 7 in Sofia. Na de ideologische regimewisseling van 1989 bleven er 47 over die onder een toenemende armoede moesten leren om zichzelf te bedruipen en om met de vrije markt om te gaan. Amateurtoneel is wel populair in Bulgarije, vooral op het platteland Qua bewegende beelden gaat de oudste bewaarde Bulgaarse documentaire over de opening van de nationale assemblee in 1908. In de communistische tijd werden historische films (waaronder de geitenhoorn van Metodi Andanov), psychologische drama's, boekverfilmingen, populair wetenschappelijke en andere documentaires, tekenfilms en kinderfilms (waaronder de broertjes Mormare van Ivanka Grabcheva) gemaakt. Na 1989 raakte de filmindustrie in verval vanwege geldgebrek, maar via Europese samenwerking (investeringen door Eurimages) kwamen ondermeer "late volle maan' en "brief naar Amerika' tot stand. Tussen 1998 en 2003 steeg het aantal geproduceerde films van 32 naar 86 (77 tv films). Het aantal tv kanalen ging omhoog van 31 naar 98. Het aantal tv uitzenduren lag in 2003 op bijna 500.000 en het aantal radio uitzenduren op 525.000. Tot de bekende hedendaagse Bulgaarse filmacteurs behoren Hristo Naumov Shopov (speelde Pontius Pilatus in the passion of Christ) en Stanislav Ianevski (Viktor Krum in Harry Potterfilms).

 

De wereld van de letteren

Tussen de 9e en de 14e eeuw ontstonden in Bulgarije literaire kringen rond geletterde koningen die als mecenas fungeerden. Daartoe behoren de school van Preslav onder tsaar Simeon I en de school van Ohrid onder tsaar Boris I waar monnik Clement het cyrillische schrift en de Slavische liturgie promootte. Onder tsaar Alexander I leverde de school van Trnovo een bijdrage aan het literaire klimaat. De meeste literatuur was in deze tijd religieus historisch van aard. Het 12e eeuwse evangelie van Dobromir behoort tot de oudst bewaarde Cyrillische geschriften. Tijdens de Ottomaanse bezetting kwamen damaskins op. Oorspronkelijk waren dat vertaalde Griekse preken, maar later werden er historische, filosofische en psychologische commentaren aan toegevoegd in de taal van alledag. Deze geschriften vormden de brug tussen de middeleeuwen en de beweging van het nationaal ontwaken. In de 19e eeuw zorgde deze beweging, met de heilig verklaarden Paisius van Hillendar (1722-1773) en Saphronius Vrachanski (1739-1813) als voorlopers, voor een inhaalslag. Binnen enkele decennia werden 1600 boektitels en 100 kranten gelanceerd in de eigen taal en cultuur. Deze creatieve uitbarsting culmineerde in de revolutionaire poëet Hristo Botev (1848-1876), de klassiek patriottische kroniekschrijvers Ivan Vazov (1850-1921), vader en zoon Petko en Pencho Slaveykov, de streekromanschrijvers Jordan Jovkov (1880-1937) en Elin Pelin (1878-1949; pseudoniem voor Dimitar Ivanov Stoyanov) die schilderachtige karakters neerzetten en de poëet Peyo Yavarov (1878-1914) die uitdrukking gaf aan het innerlijk lijden van de verdrukte ziel. Aleko Konstantinov (1863-1897) werd bekend door zijn karakter Bai Ganio, een typetje van een omhooggevallen laag geschoolde Bulgaar uit zijn tijd. 

 

In de 20e eeuw ontwikkelde de literatuur zich van nationalistisch collectivistisch naar meer individualistisch en Europees. De Europese dimensie werd op gang gebracht door de Slaveykovs en afgestemd op de avant-garde door expressionist Geo Milev. De finesse van Dimcho Debelyanov (1887-1916), het melodieuze van Nocolai Liliev, de symboliek van Trayanov, de sociale poëzie van Hristo Smimenski (1898-1923) en de veelvuldig vertaalde Nicola Vaptzarov (1909-1942) leverden een bijdrage aan de ontwikkeling naar individualisering. Valeri Petrov (1921) wordt wel beschouwd als de belangrijkste schrijver uit de periode van het interbellum. Petrov is een veelzijdig en productief literator en vertaler (ondermeer van de volledige werken van Shakespeare). In zijn eigen werk strijden opgetogenheid en verrassing soms om de voorrang met de hoofdschuddende droefheid van een wijs man. In de 50er jaren werden romans een uitlaatklep van innerlijke vrijheid. Dit kwam ondermeer tot uiting via de psychologische roman Tabak van Dimitar Dimov en in een Macedonische sage van Dimitar Talev. Signalen van een modernisering die zich in de 60er jaren voltrok kwamen tot uiting in romans van Yordan Radichkof (met een aan Marquez herinnerende verbeeldingskracht; bijgenaamd de Bulgaarse Kafka 1929-2004) en Nikolay Haytov (1919-2002, bekend als biograaf van Vasilius Levski) en in de poëzie van Petia Dubarova (1962-1979). Dichteres Elisaveta Bagriana (1893-1991) wordt beschouwd als een moeder van de Bulgaarse literatuur. Ze werd genomineerd voor de Nobelprijs. Asen Bossev (1913-1997) is wellicht de bekendste Bulgaarse kinderboekenschrijver. Dichteres Blaga Dimitrova (1922-2003) was in 1992 en 1993 vice-president van Bulgarije. Tot de bekende hedendaagse auteurs behoren de veelzijdige Stefan Tsanev (1937) en de poëet Nedyalko Yordanov (1940). 

 

Tussen 1823 en 1962 zijn Bulgaarse literaire titels vertaald in 66 talen, het vaakst in het Engels (566 edities van titels) en in het Frans (454 edities). De meest vertaalde roman is "onder het juk" van Ivan Vazov (66 edities in 31 talen) en de meest vertaalde poëet is Hristo Botev met 46 bundels in 23 talen. Radoy Ralin (1923-2004) is een bekend dissident poëet en satiricus wiens werk in 37 talen is vertaald. 

 

Cultuurbeleid, cultuurbestedingen en cultuurdeelname

Voor de communistische machtsovername was het Bulgaarse cultuurbeleid zowel gericht op nationaal bewustzijn als op het invoegen in een Europees verband. Tussen 1948 en 1989 stond het beleid volledig onder controle van de communistische partij. Het was strak van bovenaf georganiseerd en geregisseerd, ideologisch gekleurd en moralistisch. Na 1989 leek er meer vrijheid te komen, maar de staatsstructuur viel als los zand uit elkaar. De concurrentie werd moordend en men moest leren om zichzelf te bedruipen en sponsors te werven, hetgeen niet erg lukte. Daarom bracht de overheid meer structuur aan door verantwoordelijkheden wettelijk vast te leggen. De minderhedenculturen kregen meer ruimte en men richtte zich weer meer op de wereld buiten Bulgarije en op steun van NGO's. Zo investeert sinds 2005 het Open Society Institute (OSI) van de Hongaar George Soros in de leefomstandigheden en cultuur van de zigeuners en in vrouwenemancipatie. In 2003 waren er in de cultuursector bijna 29.000 publieke en ruim 11.000 private voltijdbanen.

 

Tussen 2000 en 2004 gaf de overheid jaarlijks rond 0,7% van het BBP uit aan cultuur. Het aandeel daarvan dat door de centrale overheid werd besteed steeg van 65 naar 80% en het gemeentelijke aandeel daalde navenant van 35 naar 20%. In 2005 ging van het totale cultuurbudget (rond €150 miljoen) 37% naar de media (radio, tv en pers), 28% naar podiumkunsten, 9% naar cultureel erfgoed (monumenten, musea, archieven, bibliotheken) en 27% naar andere zaken (9% sociaal cultureel, 5% administratie en toerisme., 4% onderwijs). De bijdrage van NGO's aan cultuur lag tussen 2002 en 2004 rond €2,8 miljoen (voor 55% van het OSI). Het deel van het huishoudbudget voor cultuur, recreatie, vrije tijd en educatie ging tussen 2000 en 2004 van 3,5 naar 3,9%.

 

In de uitgave van kranten en tijdschriften zat tussen 1998 en 2005 een dalende tendens (zie onder media). Ook voor het overige daalde de cultuurdeelname. In 2005 waren er in de 75 schouwburgen in het land 10.800 voorstellingen met bijna 1,5 miljoen bezoekers. Van de 149 overgebleven bioscopen stonden er 130 in een stad. Deze trokken 3,5 miljoen bezoekers. In 2005 telde men 4552 bibliotheken met meer dan 2000 boeken op voorraad. De 2838 cultuurclubs (chitalishtes, voor 80% op het platteland) hadden in totaal 164.000 leden. De museums trokken in dat jaar 3,9 miljoen bezoekers en de kunstgalerieën bijna 400.000.

 
< Vorige   Volgende >
Internet Solutions by IT Elements