Voorchristelijke religie
In de voorchristelijke tijd overheersten in Bulgarije natuurreligies. Daarbij had bijna elk volk wel zijn eigen pantheon. De bekendste goden waren Perun, de god van donder en bliksem en van landbouwers die heerste over de bovenwereld en zijn tegenspeler Veles, de god van de onderwereld en van muzikanten, herders en veehouders. Hij stal steeds bezittingen van Perun en creëerde chaos. Deze goden werden behalve door Slavische stammen ook door de Balten vereerd. Op dakbalken van oude huizen en boerderijen in Bulgarije zijn soms dondermerken (gromoviti znaci) afgebeeld die ontleend zijn aan Perun en bedoeld zijn om het huis te beschermen tegen blikseminslag. De vorm ervan is gebaseerd op de bolbliksem. Neo-paganisten gebruiken het boek van Veles als heilige tekst, maar dit is hoogstwaarschijnlijk een vervalsing. Toen de Bulgaren via de in Thessaloniki geboren broers Cyrillus en Methodius werden gekerstend, werden deze natuurgoden vervangen door de God en de duivel van het christendom. Om de overgang acceptabeler te maken werden door de oosters orthodoxe kerk uit die tijd op grond van bijbelfragmenten de christelijke profeet Eliah eigenschappen van Perun toegedicht. Vieringen rond de seizoenswisselingen waren in de voorchristelijke tijd bij alle stammen gemeengoed. In Bulgarije geeft men elkaar ook nu nog rond begin maart roodwitte poppetjes en voorwerpen die de winter moeten bezweren (martenitsa; zie feestdagen en folklore). Na een tijdje worden ze vaak in bloeiende fruitbomen gehangen.
Kerstening en Bulgaars orthodoxe kerk
Naar verluidt werd het christendom in de Bulgaarse regio geïntroduceerd door de apostel Paulus. In de 4e eeuw was het de dominante religie in de omgeving van Sofia en Plovdiv. Uit deze periode dateert de oudste kerk van het land, de St. George rotunda in Sofia. Kahn Boris I werd in 865 de 1e Bulgaarse vorst die zich tot het christendom bekeerde. Hij veranderde daarop zijn titel in knyaz. Nadat de orthodoxe kerk de Bulgaarse kerk geen eigen bisschop wilde geven, ging Boris met de paus in conclaaf. Omdat die hem evenmin serieus nam en omdat er in Byzantium een regimewisseling plaatsvond kreeg hij het 6 jaar na zijn bekering voor elkaar dat de patriarch van Constantinopel Bulgarije toch een eigen aartsbisschop toekende. Boris gaf in 886 de volgelingen van de missionarissen Cyrillus en Methodius Clement van Ohrid en Naum van Preslav de gelegenheid om het Cyrillische alfabet en de Slavische liturgie te introduceren. In 889 deed hij troonsafstand en werd hij monnik. In 919 kreeg de Bulgaarse aartsbisschop de rang van Patriarch en in 927 werd de Bulgaarse orthodoxe kerk de eerste autonome Slavisch orthodoxe kerk. In 990 vestigde het patriarchaat zich in Ohrid.
|
Het Rila klooster is het grootste in zijn soort van Bulgarije. Het werd gesticht in 927. Tijdens de Ottomaanse bezetting was het een monument van Bulgaarse orthodoxie. In 1833 werd het door brand verwoest. Daarna werd het herbouwd in de stijl van het nationaal ontwaken. In 1961 werd het een nationaal museum.
|
In 1018 werd onder de Byzantijnse heerser Basilius de Slavendoder het kerkhoofd gedegradeerd tot aartsbisschop en er werden Griekse aartsbisschoppen aangesteld. Via de revolte van de broers Asim en Peter, die resulteerde in het 2e Bulgaarse rijk, werd het Patriarchaat in de 1235 in ere hersteld en Trnovo werd de Patriarchaatzetel. Tijdens de Ottomaanse bezetting viel de kerk weer onder het patriarchaat van Constantinopel. Het aartsbisdom van Ohrid kon het nog tot 1767 volhouden. Voor het overige werden de meeste kloosters en kerken met de grond gelijk gemaakt of omgebouwd tot moskeeën. Geestelijken en intelligentsia gingen in ballingschap en de periode leverde het land een aantal martelaren op. Sommige orthodoxe monniken, waaronder St. Paisius van Hilender, werden in de 18e eeuw voorlopers van de nationalistische beweging. Mede door buitenlandse druk werd de Bulgaars orthodoxe kerk in 1870 door de sultan in ere hersteld, maar pas in 1945 erkende de patriarch van Constantinopel de kerk als zodanig. In 1950 kreeg de kerk weer een eigen patriarch. Sinds 1971 bekleed de in 1914 geboren Maxim deze functie. Omdat hij wordt verdacht van collaboratie met de communisten is hij zo omstreden dat er in 1989 een tegen-patriarch kwam. De situatie leidde tussen 1989 en 2004 soms bijna tot een kerkscheuring. In 2004 greep de overheid in. Priesters van de alternatieve synode werden met geweld verwijderd uit zo'n 250 parochies en een aantal geestelijken kwamen een tijdje in de gevangenis terecht.
Omdat de orthodoxe kerk goddelijke genade belangrijker vindt dan goede werken en kennis, spelen rituelen een hoofdrol. De in het kerkslavisch gesproken diensten duren lang en kennen een afwisseling van gezangen, gebeden, gewaden en het branden van wierook. Beelden zijn verboden, maar iconen spelen een belangrijke rol en worden soms bedekt met giften van gelovigen. De orthodoxe kerk kent uitgebreide rituelen rond het huwelijk, maar in Bulgarije staat de doop eveneens hoog aangeschreven. Pasen is het belangrijkste religieuze feest. Orthodoxe geestelijken doen in Bulgarije ook veel openingen en inzegeningen. Alleen mannen kunnen in de orthodoxe kerk geestelijke worden. Gehuwden kunnen tot priester of diaken worden benoemd, maar als ze dat eenmaal zijn mogen ze niet meer trouwen of hertrouwen. Vanaf de rang van bisschop en voor monniken geldt de celibaatgelofte.
Huidige godsdienstige samenstelling
Rond 2004 stond 85% van de Bulgaren (zo'n 6 miljoen) ingeschreven bij de orthodoxe kerk. De Moslims vormden met zo'n 13% de grootste minderheid. De meesten van hen zijn etnische Turken, maar er zitten ook Roma en Pomaks tussen (nazaten van Bulgaren die zich tijdens de Ottomaanse bezetting tot de Islam hadden bekeerd). De 800.000 tot 1 miljoen Moslims zijn voor bijna 95% soenniet en ze wonen geconcentreerd in de Rhodope bergen langs de Grieks-Bulgaarse grens, in het noordoosten (in Shumen en Razgrad) en langs de Zwarte-Zeekust. De 70.000 roomsen vormden met bijna 1% van de bevolking na de Bulgaars orthodoxen heel lang de 2e christelijke gemeenschap. Vanaf de middeleeuwen is het kerkgenootschap via Saksische mijnwerkers in het noordwesten van het land terechtgekomen. Tegenwoordig wonen de meeste roomsen rond de plaats Rakovski in de provincie Plovdiv. De roomsen zijn recentelijk waarschijnlijk ingehaald door de protestanten. In 2005 telde het land er tussen de 50.000 en 150.000 (1 á 2% van de bevolking). Vooral onder de Roma zigeuners zijn evangelische kerkgenootschappen sterk in opkomst, ondermeer door de activiteiten van Amerikaanse zendelingen. De Armeense christenen vormen met zo'n 25.000 leden ook een flinke gemeenschap. Tegenwoordig telt het land slechts ongeveer 3000 joden. In 2005 lieten maar liefst 12 nieuwe geloofsgemeenschappen zich registreren bij het hof in Sofia. Dit bracht het totale aantal ingeschreven niet Bulgaars orthodoxe gemeenschappen op 73.
Deelname aan erediensten en geloofsinhoud
Van de Bulgaarsorthodoxen bezoekt ongeveer de helft erediensten, maar van de roomsen gaat wel 90% regelmatig naar de mis. Ook bij de evangelische gemeenten ligt de deelname aan kerkdiensten hoog. In 2004 bezocht 22% van de Bulgaren minstens eens per maand een eredienst (16e in de EU27). Rond begin oktober 2006 onderschreef slechts 20% van de Bulgaren (laagste EU27 met Estland) de stelling dat de plaats van religie in hun samenleving te belangrijk is. Uit recent universitair onderzoek kwam naar voren dat in de praktijk zo'n 40% van de bevolking aangemerkt moet worden als atheïst of agnost. Dit betekent echter niet dat de Bulgaren zich weinig bezighouden met spirituele zaken. In 2005 kwam uit Europees waardeonderzoek (Eurobarometer 225, wave 63.1) naar voren dat het volksdeel dat soms tot vaak nadacht over de zin van het leven iets boven het EU25 gemiddelde lag (76 om 74%). Het gedeelte dat in het bestaan van god geloofde lag toen onder dat gemiddelde (40 om 52%), maar het gedeelte met de overtuiging dat er geen god of hoger macht is ook (13 om 18%). Het geloof in het bestaan van een hogere macht of levenskracht was wijdverbreid (40%, EU 27%) en het contingent dat het niet wist was ook relatief groot (5 om 3%). Bijgeloof komt in Bulgarije veel voor en vooral op het platteland speelt het een rol van betekenis. In 2004 was volgens marktonderzoekbureau GFK in Bulgarije het volksdeel dat in Europa levende Moslims sterk wantrouwt het kleinste van Europa (12%, Europa 48%, NL 72%).
Godsdienstvrijheid
Godsdienstvrijheid zit in de Bulgaarse grondwet verankerd, maar de wet verbiedt publieke erediensten door niet geregistreerde geloofsgemeenschappen. Sinds 2002 moeten ze zich laten registreren bij het hof in Sofia en gemeenten moeten aldus geregistreerde gemeenschappen toelaten. Sommige gemeenten werkten dit tot in 2005 nog tegen, m.n. bij de Jehova's en mormonen. Deze groepen werden ook vaak geconfronteerd met roddelverhalen in de pers en met problemen met de verlenging van visa van proselieten. In oktober 2005 werd de leider van de Koreaanse verenigingskerk Sun Myung Moon de toegang tot het land om veiligheidsredenen geweigerd. Traditionele geloofsgemeenschappen die historisch cultuurgoed beheren (de Bulgaars orthodoxe kerk voorop, maar ook de Moslims, roomsen en joden) genieten een voorkeurspositie met betrekking tot overheidssubsidies. Wel zijn er regelmatig problemen met de teruggave van door het communistische regime geconfisqueerde bezittingen. De opleidingsinstituten voor geestelijken van de verschillende religies worden ongemoeid gelaten. Bij de niet verplichte godsdienstlessen in het onderwijs komt Bulgaarse orthodoxie en Islam aan de orde. Andere geloofsrichtingen kunnen aan bod komen op verzoek. Tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen van 2005 en op haar website bezigde de ultranationalistische partij Ataka antisemitische retoriek, maar dit werd door de andere deelnemende partijen openlijk veroordeeld. In april van dat jaar werden 3 jeugdige skinheads gearresteerd die in kennelijke staat ruim 100 Turkse graven hadden geschonden.
|