Opleidingsniveau en talen
In Bulgarije geldt leerplicht voor 6 t/m 15jarigen. Analfabetisme: officieel 1,4% in 2003 (m 0,9%, v 1,8%; onder de zigeuners hoger). Hoogste opleidingsniveau 25 t/m 65j (2004): leerplichtig onderwijs 28%, secundair vervolgonderwijs 50%; HBO 5%, universiteit 17%. In 2005 had 72,5% van de Bulgaren tussen 25 en 65 een secundair vervolgonderwijsdiploma of meer op zak (EU27: 69%). Het gedeelte 18 t/m 23 jarigen zonder diploma dat recht gaf op secundair vervolgonderwijs (voortijdige schoolverlaters) lag in 2006 op 18% (EU27: 15,4%). Het Bulgaars is de voertaal. Bij de volkstelling van 2001 was het de moedertaal van 84,5% van de bevolking. Voor 9,6% was dit het Turks, voor 4,1% het Romani (de taal van de zigeuners) en bij 1,8% was de moedertaal onduidelijk. In 2003 beschikte 22% van de Bulgaren naar eigen oordeel over minimaal enige Engelse leesvaardigheid (EU22, ie. EU25 zonder Engelstalige landen 52%, EU nieuw: 27%). Van de 65plussers kent vrijwel niemand Engels, maar voor het overige neemt deze taalvaardigheid toe naarmate generaties jonger zijn.
Voorgeschiedenis
In de 9e eeuw introduceerden de missionarissen Cyrillus en Methodius het cyrillische schrift in Bulgarije. Dit wordt nu nog overal gebruikt, bijv op de website van het Bulgaarse ministerie van O&W. In de 9e eeuw (de 1e Bulgaarse gouden eeuw) werden door Kliment Ohridski, een volgeling van Cyrillus en Methodius, de eerste scholen gesticht. In opdracht van tsaar Boris moest hij monniken Slavische taalles geven. In de 1e helft van de 19e eeuw werden onder het Ottomaanse bestuur scholen gesticht door een raad van regenten en de Bulgaarse nationalistische beweging nam dit systeem over. In 1835 stichtten vermogende Bulgaren, onder wie Vasilius Aprilov, de 1e school waar in het Bulgaars les werd gegeven in Gabrovo. De monnik neofyt Niklu Poppetrov Benin (neofyt Rilski) paste er de Bell-Lancaster methode toe die erop neer kwam dat hij de goede leerlingen onderwees die hun kennis doorgaven aan minder sterke leerlingen. De school staat er nu nog. De beweging had de wind mee door de opkomst van uitgeverijen en periodiekenpers. Na 1850 kwamen er vanuit de Amerikaanse missie scholen bij in het westen van het land. Rond 1870 waren er zo'n 2000 scholen gesticht. Naast de scholen werden chitalishta (gemeenschapscentra en leeszalen) opgezet. Na de bevrijding van de Ottomanen in 1887 werd de 1e leerplichtwet ingevoerd en Bulgaarse studenten die in Istanbul hadden gestudeerd kregen belangrijke posities. Dit vormde een verdere stimulans voor de onderwijsontwikkeling en rond 1900 stond in eenderde van de Bulgaarse dorpen een dorpsschool. In de Sovjet periode was het hiërarchisch opgezette staatsonderwijs sterk ideologisch gekleurd. Na de regimewijziging van 1989 werden leerboeken geleidelijk aan vervangen zodat het stelsel vrij raakte van communistische retoriek. Via de onderwijswet van 1991 kwam leerplicht tot stand voor 6 tot 16 jarigen. Ook werd het concurrentieprincipe ingevoerd bij de keus van schoolleiding, de organisatie werd mede vanuit de basis opgezet en men zocht aansluiting bij Europese ontwikkelingen. De rol van het Russisch was weldra uitgespeeld in het onderwijs en het Engels werd daarin de 1e vreemde taal.
Organisatie van het onderwijs
Het Bulgaarse ministerie van O&W voert het landelijke onderwijsbeleid uit, verdeelt het geld, stelt criteria op (bijv voor niveau en lesmateriaal) en ziet toe op de naleving daarvan. De gemeentes zijn verantwoordelijk voor opzetten en betalen van kleuter en leerplichtonderwijs en voor het voorzien in bijkomende faciliteiten (sportvoorzieningen, schoolmaaltijden, vervoer, naschoolse opvang, gezondheidszorg etc). Recentelijk zijn de leerplichtscholen meer autonoom geworden. Het beroepsonderwijs en volwassenenonderwijs is in overheidshanden. Het wordt betaald door het onderwijsministerie of door vakministeries. Het stagegedeelte ervan valt onder de verantwoordelijkheid van werkgevers. Naast scholen en gemeenten hebben bedrijven trainingscentra. Voor kleuterscholen betalen ouders lesgeld naar draagkracht en het private onderwijs moet uit eigen zak worden betaald. Rond 2003 zat (buiten het hoger onderwijs) nog geen 1% van de leerlingen op een privé-school. In het leerplicht en vervolgonderwijs zijn de lessen en het lesmateriaal gratis. In het secundair vervolgonderwijs moeten de ouders de schoolboeken betalen. Hoger onderwijsstudenten betalen collegegeld, maar voor studenten met hoge beoordelingen of een nadelige achtergrond zijn er beurzen en tegemoetkomingen. Ook bestaan er allerlei studentenkortingen.
Schoolhoofden en schooldirecteuren hebben in Bulgarije veel macht. Ze hebben de dagelijkse schoolleiding, beheren het budget, voeren het personeels en leerlingenbeleid uit en zitten de schoolraad voor. Wel moeten ze zich verantwoorden bij de onderwijsinspectie. In de schoolraad zitten tegenwoordig leerkrachten, oudervertegenwoordigers en overheden en zakenmensen. Soms wordt ze bijgestaan door aparte ouder, leerlingen en klassenraden. De schoolraad (de vroegere regentenraad) bepaalt het type onderwijs, maakt het leerplan en bepaalt de schoolregels m.b.t. leerlingen. Ze moet minstens eens in de 2 maanden vergaderen. In het beroepsonderwijs heeft de onderdirecteur de hoofdrol bij het organiseren van het praktijkgedeelte. Verder hebben alle klassen een klassenleraar. Deze plant de binnen en buitenschoolse activiteiten van de klas, onderhoud de contacten met ouders en begeleidt de leerlingen. De hoger onderwijsinstellingen hebben meer autonomie en vrijheid dan andere instellingen. Hier is de algemene vergadering de machtigste instantie. Verder zijn er een academische raad, een controleraad, een rector en een studentenraad. In het onderwijs bestaan verplichte vakken, verplichte keuzevakken en vrije keuzevakken. De beoordelingsschaal loopt van 6 (uitmuntend) naar 2 (slecht) met 3 als laagste voldoende. De eindbeoordelingen zijn veelal gebaseerd op de gemiddelden over het hele jaar. Het speciale onderwijs (15.000 leerlingen in 2003/2004) is langs dezelfde lijn opgezet als regulier onderwijs. In 2003 lagen volgens Eurostat de onderwijsuitgaven op 4,2% van het BBP (EU27 5,2%). Daarvan kwam 0,7% (EU 0,6%) op naam van huishoudens, zodat het overheidsaandeel 3,6% van het BBP bedroeg (EU 4,6%). In 2005 is begonnen met de invoering van PC‘s in het leerplichtonderwijs met als doel 1 computer per 12 leerlingen in 2007. In 2006 deed men voor het eerst mee aan het internationale PISA schoolvorderingenonderzoek bij 15 jarigen.
|
In Bulgarije kent men net als bijna overal naast de zomervakantie een herfst, kerst, voorjaar en Paasvakantie. De Paasvakantie valt echter meestal 1 of 2 weken later dan in niet orthodoxe landen.
|
Kleuteronderwijs/leerplichtonderwijs
Het aandeel 3-6 jarigen dat naar de niet verplichte kleuterschool (detska gradina) ging nam tussen 1999 en 2003 toe van 65 naar 74%. In 2004 kreeg 73% van de 4 jarigen onderwijs (EU27 85%). De laatste van de 4 leeftijdsgroepen op de kleuterschool is de groep voor 6 jarigen. Ze vormt een voorbereidingsjaar voor het basisonderwijs en valt sinds kort onder de leerplicht. Het 10jarige leerplichtonderwijs voor kinderen tussen 7 en 16 is verdeeld over 3 fasen. Het wordt gegeven aan afzonderlijke scholen voor elke fase en aan scholengemeenschappen waarin de eerste 2 of alledrie de fasen in opgenomen zijn. In de 1e en 2e fase van het basisonderwijs zijn op veel scholen (vooral in de steden) ploegendiensten met ochtend en middaggroepen. De wettelijk voorgeschreven klassengrootte ligt in de 1e fase tussen 16 en 22 leerlingen en in de 2e fase tussen 18 en 26 leerlingen. In de eerste fase van het leerplichtonderwijs duren de lesuren 35 minuten en daarna 3 kwartier. Er wordt op 5 dagen per week les gegeven. Het wettelijk vereiste minimumaantal jaarlijkse lesuren bedraagt in de 1e fase 470 en in de 2e fase 528. In de 3e fase (zonder doubleren voor leerlingen vanaf 15 jaar), die onder het secundair vervolgonderwijs valt, loopt het op van 765 naar 867.
De 1e fase, de basisschool voor 7 t/m 10 jarigen (natchalno utchilishte) beslaat 4 jaar. De leerlingen krijgen hier 22 uur p/w les in verplichte vakken van een vaste leerkracht en 3 uur p/w in verplichte keuzevakken (een vreemde taal, gym of expressie). Het schooljaar begint op 15 september. In de 1e klas duurt het tot 24 mei en in de volgende 3 klassen tot 30 mei. In de 2e en 3e fase zijn er vakleerkrachten. De eveneens 4jarige 2e fase (progrimnazialno utchiliste) is een soort middenschool voor leerlingen van 11 t/m 14. Hier duurt het schooljaar van 15 september tot 15 juni. Er wordt 27 uur p/w lesgegeven in verplichte vakken met daaronder 4,5 tot 4 uur les in 2 vreemde talen, 4 uur in muziek en kunst en 2,5 uur gym. Buiten dat worden 3 lesuren p/w verplichte keuzevakken onderwezen en is er 4 uur p/w beschikbaar voor vrije keuzevakken. In de laatste 2 jaar van de middenschool vormen keuzevakken een voorbereiding op de verdere specialisaties in het secundair vervolgonderwijs. De beoordeling van leerlingen is in het leerplichtonderwijs in handen van de leerkrachten en zittenblijven is mogelijk. In de 1e en 2e fase bestaan geen eindexamens, maar vanaf de 2e klas zijn er proefwerken, mondelinge toetsen en eindrapporten. Aan het einde van beide fasen is er een diploma-uitreiking. In het diploma van de 2e fase staan specialisaties van de leerling vermeld.
Secundair vervolgonderwijs
Na de middenschool hebben de dan zonder doubleren nog leerplichtige leerlingen de keus tussen algemeen vormend en gespecialiseerd secundair vervolgonderwijs en beroepsonderwijs. Voor de meeste van deze vormen staat 4 of 5 jaar, waarvan de specialisaties in de laatste 2 jaar van de middenschool onderdeel uitmaken. Daarna moet toelatingsexamen worden gedaan voor de laatste fase van 2 of 3 jaar van het secundair vervolgonderwijs die los staat van de middenschool. Hierin hebben specialisaties de overhand boven algemeen vormende vakken. De algemeen vormende scholen (gimnazia) zitten vaak bij dezelfde scholengemeenschap in als middenscholen. Tot de gespecialiseerde vormen (profilirana gimnazia) behoren taalscholen met nadruk op les in vreemde talen of andere gespecialiseerde profielscholen (bijv voor wis en natuurkunde, economie, sport, kunst, klassieke talen en literatuur of sociale wetenschappen). Het diploma van de algemeen vormende en gespecialiseerde versies heet diploma za sredno obrazovanie. Qua beroepsonderwijs kunnen leerlingen die geen studiehoofd hebben al vanaf hun 13e gedurende 2 tot 4 jaar een vak leren bij een bedrijfstrainingscentrum (professionalni utchilishta). Dit wordt betaald door sociale zaken en ze hoeven de laatste 2 jaar van de middenschool niet meer te doen. Volwassenen kunnen er ook terecht. In 2006 waren er 155 van zulke centra. Via vakscholen (professionalna gimnazia of technicum) kan men na 4 jaar een 2e graadsvakdiploma behalen en na 6 jaar een 3e graadsvakdiploma. Daarna kan men 2 jaar naar een vakcollege (professionalen kolej) voor het behalen van een 4e graad van vakmanschap. Velen krijgen van hieruit een leidinggevende functie. Dit stadium valt buiten de leerplichtleeftijd en studenten betalen collegegeld. Volgens Eurostat hadden in 2004 in Bulgarije 66% van de jongens (EU27 58%) en 44% van de meisjes (EU 54%) in het secundair vervolgonderwijs gekozen voor een beroepsopleiding. Tijdens het secundair vervolgonderwijs geschiedt de beoordeling via klassikale proefwerken en mondelinge examens of via uitvoerende of schriftelijke praktijkexamens.
Hoger en volwassenenonderwijs
Rond 1888 werd in Sofia de eerste universiteit in Bulgarije opgericht. Hoger onderwijs wordt tegenwoordig in het land gegeven aan 3 jarige vakopleidingen op HBO niveau, gespecialiseerde hogescholen en universiteiten. In 2003/2004 waren er 65 hoger onderwijsinstellingen (14 privé-instellingen), waaronder 49 universiteiten en hogescholen en 16 onafhankelijke HBO instellingen. Sinds kort is de internationale gradenstructuur van Bachelor (na 4 jaar), Master (na 5 jaar) en Doctor (na 7 tot 8 jaar) ingevoerd. Men kent schriftelijke universitaire toelatingsexamens en toelatingstests die aansluiten op het profiel van het secundair vervolgonderwijs. Het academisch jaar kent 2 semesters en duurt 9 maanden (van oktober t/m juni). De publieke instellingen kennen toelatingsquota van overheidswege. Ongeveer de helft van der studenten valt er buiten en betaalt meer zelf.
|
In 2005 was het gedeelte Bulgaren dat erop vertrouwde dat universitair wetenschappelijk onderzoek een positieve bijdrage levert aan de samenleving het kleinste binnen de EU (73%, EU25 88%, NL 90%).
|
Qua volwassenenonderwijs herbergt het land van alle vormen van beroepsopleiding een variant voor volwassenen en er bestaat dag, avond en schriftelijk onderwijs. Volgens Eurydice volgden in 2001/2002 ruim 45.000 deelnemers vakopleidingen waaraan zo'n 3000 docenten waren verbonden. In 2005 nam in Bulgarije slechts 1,3% van de 25-65 jarigen deel aan onderwijs (laagste EU, EU27: 9,7%).
Overzicht
|
|
Aantallen in 2006/2007
|
|
Deelname x 1000
|
Docenten x 1000
|
Aantal instellingen
|
|
Kleuterscholen
|
207
|
19
|
2470
|
|
Basisschool fase 1 en 2
|
473
|
43
|
2654
|
|
Secundair VV onderwijs
|
357
|
34
|
506
|
|
Hoger onderwijs
|
259
|
23
|
53
|
|