|
Weer
België kent door de bank genomen een gematigd zeeklimaat met koele zomers, zachte winters, overheersende westenwinden en een relatief geringe dagelijkse temperatuurschommeling. Wel worden naar het oosten toe de temperatuurverschillen wat groter. In de Ardennen is het door de hoogte gemiddeld enkele graden kouder dan in de rest van België en door het hoogteverschil valt daar veel meer neerslag. De gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag varieert van 800 mm in lager gelegen streken tot ruim 1400 mm aldaar. Landelijk gezien loopt het aantal neerslagdagen uiteen van 15 per maand in de winter tot 9 in augustus. In laag België valt de meeste neerslag s'zomers (vaak uit onweersbuien) en in hoog België in de late herfst. In de winter valt in laag België gemiddeld op 2 dagen in de maand sneeuw, maar in de Ardennen vaker. In januari varieert de gemiddelde temperatuur in lager gelegen gebieden tussen 6 graden overdag en 1 graad s'nachts en in augustus tussen 24 graden overdag en 13 graden tegen de ochtend. Uiteraard is het hogerop wat kouder, maar dat is niet altijd voelbaar want laag België is winderiger dan hoog België. Tussen 1998 en 2007 varieerde voor Ukkel, waar het Belgische meteorologische instituut KMI is gevestigd, het gemiddelde jaarlijkse aantal zonuren van 1326 in 1998 tot 1987 in 2003 (gemiddelde 20e eeuw 1554 uren). Verder viel hier in de 20e eeuw op gemiddeld 207 dagen per jaar meetbare neerslag. De meest extreme officieel gemeten temperaturen ooit in België zijn 38,8 gr C in Ukkel op 27-6-1947 en onder -25 gr in de winter in de Ardennen (in Rochefort is het vaak het koudst).
Klimaatsverandering
Ook in België lijkt het klimaat warmer en natter te worden. In het decennium 1998-2007 lag de gemiddelde jaartemperatuur rond 11 gr C; 1,3 gr boven het 20e eeuwgemiddelde. Het jaarlijkse aantal neerslagdagen is niet noemenswaardig veranderd (198), maar de gemiddelde jaarlijkse neerslag wel (890 mm; eeuwgemiddelde 805 mm). Verder daalde het gemiddelde aantal ijsdagen (het hele etmaal vorst; in België winterse dagen: eeuw 7,8 p/j; decennium 3,4 p/j) meer dan het gemiddelde aantal vorstdagen (etmalen waarop het op enig moment vriest: eeuw 46,8; decennium 41). Ook de aantallen tropische dagen (dagen met temperaturen van 30+; in België hittedagen: eeuw 3,3; decennium 4,8) en zomerse dagen gingen flink omhoog (eeuw 24,6; millennium 29,1).
|