Staatsvorm

 

Na een 5tal grondwetswijzigingen tussen 1970 en 2003 (waarvan die van 1993 erg belangrijk was) was België een federatieve parlementaire democratie onder een constitutionele monarch. De 3 bevolkingsgroepen (Vlamingen, Walen en 70.000 Duitstaligen) en de 3 gewesten (Vlaanderen ,Wallonië en Brussel) hebben sindsdien een grote mate van autonomie. Behalve in 3 gewesten is het land ook opgedeeld in 10 provincies. Er zijn 3 regeringsniveaus; federaal (landelijk), regionaal en taalgemeenschap. Het tweekamerparlement van federaal België bestaat uit een Senaat en een kamer van volksvertegenwoordigers. Van de 71 senaatsleden worden er 40 direct en 31 indirect verkozen en de 150 zetels van de kamer van volksvertegenwoordigers worden via directe verkiezingen ingevuld. De zittingsduur van beide kamers is 4 jaar en de ver­kiezingen voor beide kamers worden tegelijk gehouden. Sinds 1993 kan alleen het huis van afgevaardigden de regering doen vallen. Naast de federale regering kent België nog een 5tal regeringen, een Vlaamse, een Waalse, een Brusselse, een Franstalige (bevoegdheden over het hele Franse taalgebied waar ook Brussel onder valt) en een regering van de Duitstalige gemeenschap. Deze regeringen hebben allemaal een eigen parlement, premier, ministerraad en verkiezing. België kent een opkomstplicht. Wie niet stemt krijgt een berisping of een boete en wie binnen 15 jaar 4 keer of vaker niet op komt dagen loopt kans op ontneming van het stemrecht en uitsluiting van openbare functies. Men mag wel straffeloos bij volmacht stemmen of een blanco of ongeldige stem uitbrengen.

 
Volgende >
Internet Solutions by IT Elements