Home arrow België arrow Geschiedenis arrow Geschiedenis
Geschiedenis
 

Prehistorie

De eerste tekenen van menselijke bewoning in België zijn afkomstig van Neanderthalers en ze zijn meer dan 100.000 jaar oud. Vanaf 20.000 v Chr. deed de denkende mens zijn intrede. Deze zag tot ongeveer 2600 v Chr. kans om met louter jagen, vissen en verza­melen in zijn onderhoud te voorzien. Nadien werd het land geleidelijk aan ontgonnen. In hetzelfde tempo werd de oorspronkelijke overlevingsstrategie vervangen door veeteelt en akkerbouw. Al sinds 1600 v Chr. zijn er bewijzen dat in België sociale lagen erg belangrijk worden gevonden. Een en ander was niet alleen van toepassing op de Keltische stam­men die er aanvankelijk waren, maar ook op de Romeinen en Franken die daarna kwa­men. De Romeinen noemden bij hun komst rond 50 v Chr. de aanwezige Keltische stam de Belgae en rond 15 v. Chr. maakten ze hun leefgebied Belgica tot een autonome pro­vincie van hun rijk. In deze periode kwam de textielnijverheid reeds sterk opzetten, toen met wol als grondstof. Verder werden er delfstoffen gewonnen en er ontstond een leven­dig handelsverkeer.

 

Ambiorix, leider van de Gallische stam der Ebaronen, leidde in 54 v Chr. met succes een opstand tegen de Romeinen. Bij de verkiezing van de grootste Belg aller tijden in 2005 werd hij 4e. De in 1840 als Jozef de Veuster geboren pater Damiaan werd landelijk winnaar van deze verkiezing. Hij zette zich in voor de lepralijder op Hawaï en overleed in 1889 zelf aan de ziekte. Onder de Walen kreeg chansonnier Jacques Brèl de meeste stemmen.

 

Van Franken tot Habsburgers

Vanaf 400 werd geleidelijk aan de basis gelegd voor het Frankische rijk en vanaf 630 kan het gebied beschouwd worden als Rooms-katholiek. De Franken waren Germanen, maar ze hadden veel gebruiken van de Romeinse nazaten overgenomen waaronder de Roomse godsdienst. Tussen 800 en 840 was het land onder Karel de Grote en Lodewijk de Vrome een welvarende eenheids­staat. Al voor deze periode werd de basis gelegd voor de taalgrens. Er waren toentertijd in het gebied Germaanse en Romaanse dialectgroepen en tussen 400 en 900 kreeg de geografische scheiding tussen beide groepen geleidelijk aan vaste vorm. De aldus ont­stane taalgrens doorkruist tot op de dag van vandaag het land van zuidwest naar oost. In 843 bij het verdrag van Verdun viel het Frankische rijk uiteen en België werd een losse verzameling van graaf­schappen en hertogdommen die met redelijk succes voor hun onafhankelijkheid streden tegen het centrale Franse gezag. Bij de Guldensporenslag van 1302 versloegen Vlaamse boeren te voet en zonder harnas Franse edelen te paard met harnassen en maliënkolders die dachten even orde op zaken te kunnen komen stellen. Het gebied bleef tussen 1000 en 1500 welvarend dankzij lakenindustrie, kolenmijnen, hoogovens en handel (Hanzesteden). Op het platteland waren de aristocratie en de kerk de baas, maar in de steden kregen lager geplaatsten (kooplieden en ambachtslieden) meer in de melk te brokkelen. De bevolking van het land bereikte in de 14e eeuw een maximum en ze kwam in de vier eeuwen daarna niet boven de 1½ miljoen uit. Na de dood van de graaf van Vlaanderen deed het vorstenhuis van de Bourgondiërs in de 13e eeuw zijn in­trede met onder meer de koningen Philips de Stoute, Philips de Goede en Philips de Schone. Zij heersten niet alleen over het huidige België, maar ook over Luxemburg en delen van het tegenwoordige Frankrijk en Nederland. Vooral via huwelijken breidden zij hun territoor steeds verder uit en aldus raakten ook de vorstenhuizen van Bourgondiërs en Habsbur­gers met elkaar verweven.

 

Maria, de dochter van Philips de Schone en Johanna van Castilië, werd in 1515 uitgehuwelijkt aan koning Lodewijk van Hongarije en Bohemen. Aldus droeg ze bij aan een verdere verstrengeling van de vorstenhuizen der Habsburgers en Bourgondiërs.

 

Van Habsburgers tot Napoleon

Rond 1560 eeuw was Antwerpen het centrum van de Portugese specerijenhandel en de stad werd met 100.000 inwoners de 10e stad van Europa. De Habsburgers, die over steeds grotere delen van Europa heersten, trokken ook België binnen hun invloedssfeer. Gedurende de 80 jarige oorlog, toen Nederland protestant werd en zich vrij vocht van overheersing door Spaanse Habsburgers en Rooms katholieke kerk, bleven laatstgenoemden in België de scepter zwaaien. Tegelijk speelde zich op Belgisch grondgebied een oorlog af tussen de Habs­burgers en de Fransen. In 1570 was de Allerheiligenvloed en in 1585 viel Antwerpen ten prooi aan de Spanjaarden. De trekpaarden van de economie vluchtten naar de noordelijke Nederlanden en het inwonertal zakte naar 42.000 in 1585. Verder verloor in de 17e eeuw Antwerpen door een Hol­landse blokkade haar toppositie als havenstad aan Amsterdam. Door dit alles verging het gedu­rende de Hollandse gouden eeuw de regio een stuk slechter dan Nederland en de 17e eeuw eindigde er met een hongersnood. In 1713 werden de toenmalige zuidelijke Ne­derlanden bij de vrede van Utrecht toegewezen aan Oostenrijks Habsburgse keizer Karel VI. Een opvolgingsoorlog van dit geslacht werd grotendeels op Belgisch grondgebied uitgevoch­ten en het streven van de Habsburgers naar centrale leiding stuitte op verzet. Dit mondde uit in de Brabantse omwenteling en in het uitroepen van de Verenigde Belgische Staten in 1790. Deze statenbond was echter zwak omdat gewesten hun eigen mensen voortrok­ken en ze was bovendien geen lang leven beschoren door de inval van Napoleon. Toen de Napoleontische tijd in 1795 een aanvang nam werd het Frans de nationale taal. Ook kon, door technologische vernieuwingen (industriële revolutie) en de opheffing van de blokkade van de haven van Antwerpen, de welvaart in het hele land toenemen. Voor het eerst in de Belgische geschiedenis kwam de bevolking boven de 1½ miljoen uit.

 

Van onafhankelijkheid tot 1e wereldoorlog

Na de tijd van Napoleon werd in 1815 bij het congres van Wenen op initiatief van Engeland het katholieke België samengevoegd met het protestantse Nederland om een buffer te creëren tegen de Fran­sen. Dit gaf al vrij snel aanleiding tot problemen. Een emancipatiebeweging van katholie­ken en liberalen bewerkstelligde in 1830 uiteindelijk de onafhankelijkheid van het land. Een vruchteloze poging van de noordelijke Nederlanden om België weer in het gareel te krijgen (de tiendaagse veldtocht) bleek mosterd na de maaltijd.  België werd een uit 10 provincies bestaande constitutionele monarchie en de 2e zoon van de Franse koning werd door een nationaal congres omgedoopt tot koning der Belgen Leopold I van Saksen-Coburg. Deze haakte in op een lobby die het bezit van koloniën nastreefde om industriële producten af te zetten en hij financierde met dit doel voor ogen expedities naar centraal Afrika. Via politieke manipulaties lukte het uiteindelijk om Kongo te koloniseren. De industrialisatie tezamen met de wrede uitbuiting van dit centraal Afrikaanse land, die rond 1900 een halvering van de Kongolese bevolking tot gevolg had (een taboeonder­werp in België tot op de huidige dag), leidde onder koning Leopold II tot een verdere toe­name van de welvaart onder m.n. welgestelden. De diamantindustrie in Antwerpen is een overblijfsel uit de Belgische koloniale geschiedenis. Tussen 1847 en 1884 was binnens­lands een machtsstrijd gaande tussen liberalen en roomsen maar vanaf 1884 bleven de roomsen 30 jaar aan de macht. Ook kwam aan het eind van de 19e eeuw de arbeiders­beweging op. In 1898 werd via de lobby van de Vlaamse beweging de gelijkheidswet door het parlement geloodst waardoor het Frans/ Waals en het Nederlands/ Vlaams de­zelfde rechten kregen.

 

Wereldoorlogen en interbellum

Tijdens de 1e wereldoorlog werd het land grotendeels bezet door Duitsers. In totaal vluchtten een miljoen Belgen naar het neutraal gebleven Nederland. Op grond van het verdrag van Versailles in 1919 nam België het man­daat over het oostelijk van Kongo gelegen Rwanda-Oeroendi van Duitsland over en het an­nexeerde de Duitse gebieden Eupen, Malmedy en Sankt Vith in de oostelijke Arden­nen. Bij de oorlogsbegraafplaats van Ieper zijn 12.000 Britse graven en in een muur zijn 54.000 namen van gesneuvelde Britse soldaten gegraveerd. De stad Ieper werd jarenlang omsingeld door Duitsers en geheel verwoest. Daarbij werd voor het eerst gifgas gebruikt. Na 1918 werd, doordat uitbuiting en volkerenmoord aan het daglicht waren gekomen, de situatie in Kongo sterk verbeterd. Tussen de beide wereldoorlogen kwam er in België veel sociale wetgeving tot stand (stakingsrecht, achturige werkdag en minimumloon) en en­kele devaluaties van de Belgische Frank resulteerden in economisch herstel. Tijdens de 2e wereldoorlog was de Belgische koning door de Duitsers gevangen gezet en België kende een militair bestuur van de bezetter (Nederland had een burgerlijke bestuur). Veel Belgen voldeden aan de oproep om in arbeidsdienst te gaan in Duitsland en het contingent Belgen dat aan Duitse zijde aan het Oostfront vocht was nogal groot. Anderzijds kon via hulp van het Belgische verzet de helft van de joden de oorlog overleven (Nederland 20%, laagste huidige EU).  In september 1944 werd het land door de geallieerden bevrijdt en na een korte oprisping (het Ardennenoffensief) werd de bevrijding definitief.

 

De IJzerbedevaart is een omstreden en sterk nationalistisch jaarlijks terugkerend Vlaams fenomeen met als formele aanleiding de herdenking van Vlaamse wereldoorlogslachtoffers. Daarbij werden ook Vlaamse SS'ers herdacht.

 

Van wederopbouw naar federatie

Na de 2e wereldoorlog kwam het land er economisch snel weer bovenop doordat de vernielingen meevielen, doordat de mijnen snel weer open gingen en door de Marshallhulp, maar de werkloosheid bleef tot 1960 hoog. Wel brachten levensbeschouwelijke en taaltegenstel­lingen België op het randje van een burgeroorlog. Deze kon slechts worden voorkomen doordat koning Leopold III in 1953 troonsafstand deed ten gunst van zijn zoon Boudewijn. In 1960 werd Kongo onafhankelijk en in 1962 liep het mandaat over Rwanda af. Gedu­rende de 60er jaren profiteerde de economie sterk van nieuwe wetgeving en internatio­nalisering en de arbeidsmarkt trok zodanig aan dat er zelfs gastarbeiders uit het buiten­land moesten worden aangetrokken. In de 70er jaren kwam de oliecrises hard aan en ook de verouderde economische en industriële infrastructuur werd genadeloos afgestraft. Tussen 1972 en 1983 groeide de werkloosheid van 3 naar 19% en een stringent sane­ringsbeleid van centrum rechtse regeringen onder premier Martens begon pas tegen 1990 vruchten af te werpen. Na 1988 kregen de gewesten meer autonomie en bij verkie­zingen gingen veel stemmen van traditionele centrumpartijen naar rechtse (Vlaams Blok), of linkse moraalridders. Na grondwetsherzieningen in 1993 werd België een echte federale staat en de overleden koning Boudewijn werd opgevolgd door zijn zoon Albert, die sindsdien als koning Albert I door het leven gaat.

 

België vanaf 1999

Bij de verkiezingen in 1999 leden de regerende centrumlinkse partijen zwaar verlies doordat uitkwam hoe besmetting van kippen en eieren met dioxine door over­heidsfunctionarissen in de doofpot was gestopt. Vooral de milieupartijen sponnen hier ga­ren bij, maar in Vlaanderen won ook het extreem rechtse Vlaams blok veel stemmen door de sluimerende angst voor vreemdelingen te exploiteren. Guy Verhofstadt werd in juli 1999 premier van een 6 partijencoalitie en voor het eerst sinds 1958 viel de CVP (de Vlaamse christen-democraten) buiten de regeringsboot. Na de parlementsverkiezingen van 2003 werd Verhofstadt premier van een 5partijencoalitie. In 2002 werd de Belgi­sche frank als munteenheid vervangen door de Euro. Naar aanleiding van een rechtszaak werd het Vlaams Blok in 2004 verboden, waarna men verder ging als "Vlaams belang". Sinds juli 2003 regeert landelijk het kabinet Verhofstadt II, een paarse coalitie van Vlaamse en Waalse liberalen en socialisten.

 

Bij de parlementsverkiezingen van 10 juni 2007 verloor de coalitie van Verhofstadt ten faveure van de combi van Vlaamse Christen Democraten en Nieuw Vlaamse Alliantie onder leiding van Yves Leterme. Als gedoodverfd premier werd Leterme dan ook tot formateur benoemd. Omdat de Vlaamse partijen in zijn beoogde coalitie meer autonomie voor Vlaanderen willen kon men het echter niet eens worden met Franstalige partners. Na ruim een half jaar proberen kwam in december 2007 een interim-kabinet tot stand onder Verhofstadt. Intussen zal een werkgroep onder leiding van Leterme een staatshervormingsplan uitwerken. Als ze daar in slaagt zal Leterme met Pasen 2008 het stokje van Verhofstadt overnemen.

 

Bij de parlementsverkiezingen van 10 juni 2007 verloor de coalitie van Verhofstadt ten faveure van de combi van Vlaamse Christen Democraten en Nieuw Vlaamse Alliantie onder leiding van Yves Leterme. Als gedoodverfd premier werd Leterme dan ook tot formateur benoemd. Omdat de Vlaamse partijen in zijn beoogde coalitie meer autonomie voor Vlaanderen willen kon men het echter niet eens worden met Franstalige partners. Na ruim een half jaar modderen kwam in december 2007 een interim-kabinet tot stand onder Verhofstadt. Via zijn bemiddeling slaagde men er rond Pasen 2008 alsnog in om een federale 5 partijen regering te vormen onder Leterme van Vlaamse Christen Democraten (CD&V) en Liberalen (VLD) en van Waalse Christen Democraten (CDH), Liberalen (MR) en Socialisten (PS). De regering kreeg gedoogsteun toegezegd van de Vlaams nationalistische NV-A die een zelfstandig Vlaanderen wil. Door de sterk uiteenlopende belangen die de coalitiepartijen voorstaan en doordat een staatshervormingsplan op de lange baan werd geschoven overheerste de scepsis over de slagkracht en duurzaamheid van het kabinet.

 
< Vorige
Internet Solutions by IT Elements