Godsdienstige samenstelling
Godsdienst in 2005: evangelisch luthers 77%, anderszins protestant (vaak evangelisch) 4,5%; rooms 1,5%, orthodox 1%, moslim 4% (ruim 1% praktiserend), Joodse religie: 0.2%, Voor het overige (12%) zijn de Zweden anderszins of niet religieus. Van de bij een geloofsgemeenschap aangeslotenen bezoekt rond 6% wekelijks een eredienst.
Voorchristelijke en vroegchristelijke periode
In de tijd van de Vikingen geloofden de Zweden in het Walhalla en in het oud Noorse pantheon de Æsir dat bestaat uit een groep goden rond de oppergod Odin en een groep goden rond de kust en zeegod Njord. Omstreeks 830 kwam de 1e missionaris in het gebied, maar de kerstening ervan nam nog wel 400 jaar in beslag. Veel van de 3000 Viking runenstenen in Zweden, die vaak bedoeld zijn om doden te memoreren, dragen echter reeds vroegchristelijke inscripties. Rond het jaar 1000 liet de Zweedse koning Olaf zich dopen, maar nog in 1100 stond in Uppsala een grote tempel die gewijd was aan Odin, Thor en Freia. Freia, de godin van liefde en oorlog, was een dochter van Njord en haar naam is nog terug te vinden in het Nederlandse woord vrijen. In 1103 werd het land formeel Rooms en in 1164 rond de regeerperiode van Erik de Heilige kwam er een aartsbisdom in Uppsala. Een andere belangrijke nationale heilige uit de roomse tijd is Brigitte van Zweden. Ze was getrouwd, kreeg 8 kinderen en richtte na de dood van haar man een nonnenorde op.
Zweden Luthers
Het Roomse aartsbisdom werd in de 16e eeuw omgezet in een luthers aartsbisdom. Dat kwam doordat koning Gustaaf Wasa onenigheid kreeg met de paus over een bisschopsbenoeming. Naar aanleiding daarvan vormde hij de kerk in 1527 om tot een staatskerk en hij liet zelf bisschoppen aanstellen (Albertus Magnus als eerste). Ook werden erediensten voortaan in het Zweeds gehouden. Anders dan Nederland heeft Zweden geen beeldenstorm gekend en roomse artefacten als kruisen, crucifixen (kruisen met het lichaam van Jezus) en iconen zijn tot op de dag van vandaag voort blijven bestaan. Van 1593 tot 1781 was het land formeel luthers en het rooms-katholicisme was verboden. Toch gingen pas in de 18e eeuw de roomse heiligendagen van de kalender door weerstanden uit de bevolking. Na 1850 kwam er meer godsdienstvrijheid. In 1951 werd ook het recht om geen geloof te hebben wettelijk erkend en in 1952 werd het roomse bisdom Stockholm ingesteld. In 1948 werd het verbod op werken en in 1968 het verbod op dansen en bioscoopbezoek op zon en feestdagen opgeheven. Al in 1960 kwamen bij de lutherse kerk de 1e vrouwelijke dominees en in 1997 werd Christina Odenberg de 1e vrouwelijk bisschop. Tegenwoordig is ongeveer 1 op de 3 voorgangers een vrouw.
Recente ontwikkelingen
Tot 2000 was het lidmaatschap van de kerk erfelijk en iedereen betaalde kerkbelasting. Veel lutherse predikanten waren toen ook ambtenaar van de burgerlijke stand. Nadien werd de kerk volledig losgekoppeld van de staat en lieten meer mensen zich uitschrijven (68.000 in 2005), vaak om onder de kerkbelasting (1,19% van het inkomen) uit te komen. De navolgende tabel geeft een indruk van de langzaam tanende, maar nog steeds belangrijke rol van de lutherse kerk bij m.n. overgangsrituelen (rituelen bij belangrijke levensmomenten: bron CSB; het Zweedse CBS).
|
Procent van landelijke totaal
|
1990
|
1995
|
2001
|
2003
|
|
Luthers gedoopte baby's
|
72
|
79
|
71
|
68
|
|
Belijdenis door 15 jarigen
|
60
|
51
|
40
|
38
|
|
Kerkelijke inzegening huwelijken
|
68
|
63
|
59
|
?
|
|
Kerkelijke begrafenissen
|
92
|
90
|
89
|
?
|
|
Kerkleden
|
88
|
86
|
84
|
80
|
|
Ledenverloop lutherse kerk in aantallen
|
|
|
1990
|
1995
|
2001
|
2003
|
|
Opzeggingen
|
14.000
|
20.000
|
34.000
|
59.000
|
|
Aanmeldingen
|
5.300
|
9.800
|
5000
|
?
|
De meeste inwoners van Zweden gaan hooguit op hoogtijdagen (Pasen, Kerst) ter kerke. Ruim 5% deed dat in 1999 echter iedere week en met radio en tv kerkdiensten, moskee, tempel en synagogenbezoek meegerekend was wekelijkse deelname aan erediensten bij ruim 12% van de bevolking in zwang. In 2005 was 3 à 4% van de bevolking Islamiet (moskeebezoek 33%). Het aantal roomsen is tussen 1998 en 2005 gedaald van 163.000 naar 140.000. De meeste roomsen stammen uit Polen, Chili of Zuid-Europa. De niet lutherse protestante kerken doen het goed. Ze telden in 2005 meer dan 400.000 leden. De grootste congregaties zijn de Pinkstergemeenten (hun ledental zakte tussen 1985 en 2005 van ruim 100.000 naar 87.000) en de Missiekerken (64.000 in 2002). De ruim 100.000 Orthodoxen hebben meestal wortels in het Nabije Oosten of de Balkan. Er zijn rond 10.000 aanhangers van de Joodse religie, ongeveer evenveel Hindoes en zo'n 15.000 Boeddhisten.
Geloofsinhoud
Uit een internationale enquête kwam in 1997 naar voren dat ongeveer 15% van de Zweden sympathiseerde met het New-Age gedachtegoed en dat 12% beschouwd moest worden als atheïst (na de dood is er niets) en 18% als agnost (we weten het niet en zullen het nooit weten). In 1999 geloofde ruim 5% van de bevolking in reïncarnatie. Via een bevolkingsonderzoek van Eurostat kwam in 2005 uit de bus dat 23% van de Zweden geloofde in het bestaan van God, 53% in het bestaan van een hogere macht en 23% in geen van beide. De rest (1%) wist het niet of gaf geen antwoord. In 2006 lag het aandeel Zweden dat vond dat de plaats van religie in hun samenleving werd overschat vrijwel op het EU gemiddelde (45 om 46%).
Uitwas
Dat geloofsgemeenschappen soms wel een garantie kunnen bieden voor partnerschappen, maar niet tegen moord en het aanzetten tot moord wordt geïllustreerd door voorvallen in de pinkstergemeente van het dorpje Knutby bij Uppsala in 2004. Ook binnen Zweedse pinkstergemeenten hebben mannen het laatste woord en pastors van die gemeenten hebben onder hun parochianen veel aanzien. Daarbij wordt het geloofsjargon als machtsmiddel niet altijd geschuwd. Eén van de pastors van Knutby hield er binnen zijn congregatie 2 vrouwen (zijn wettige echtgenoot en de vrouw van zijn buurman) en een minnares op na die tevens kindermeisje was bij hem thuis. Via anonieme smsjes (zogenaamd van God) en subtiele druk slaagde hij erin om het kindermeisje zover te krijgen dat ze zijn wettige echtgenote in bed dood schoot en een aanslag deed op de buurman. Zelf had hij zijn eerste vrouw al in 1999 vermoord, maar dat was toen uitgelegd als een ongeluk.
Godsdienstvrijheid
De overheid propageert en bewaakt godsdienstvrijheid en tolerantie. In het basisonderwijs krijgen bijzondere scholen overheidssteun en interreligieuze vorming is op alle scholen verplicht. Hoofddoekjes en keppeltjes zijn sinds een gerechtelijk vonnis in 2006 toegestaan op openbare scholen en Sikhs mogen als militair of politieagent een tulband dragen. Ook ritueel slachten en besnijden mag, maar dan wel onder verdoving en professioneel toezicht. Sinds 2005 mag in erediensten homoseksualiteit op religieuze gronden worden veroordeeld (vrijheid van meningsuiting), maar tegelijkertijd kunnen sindsdien homohuwelijken kerkelijk worden ingezegend.. Met betrekking tot belediging van homo's liep medio 2006 nog een rechtszaak. In 2003 verschoof de voornaamste bron van de ruim 80 gerapporteerde antisemitische incidenten (veelal niet al te ernstig van aard) van uiterst rechts naar kleine groepen reljongeren uit de Islamhoek. In 2004 werden 108 incidenten en 7 aanvallen gemeld. Van de incidenten kwam 27% duidelijk van extreem rechts. Anti-islamitische incidenten nemen ook in aantal toe. In 2005 waren er 2 pogingen tot brandstichting en in 2006 werd een imam neergestoken (die het later gelukkig na kon vertellen). Rechts-extremistische groepen claimen op hun beurt dat racistische aanslagen van immigrantenjongeren op willekeurige witte Zweden worden verzwegen.
|