Cultuurbeleid, cultuurdeelname en monumentenzorg
Kunst heeft in Letland al heel lang een belangrijke maatschappelijke rol als communicatiemiddel. Het heeft vaak gefunctioneerd als uitlaatklep voor gevoelens die door de autoriteiten werden onderdrukt, maar de Sovjets gebruikten bijv. de schilderkunst ook wel als propagandamiddel. Na de Sovjetperiode kreeg in het cultuurbeleid de eigen nationale identiteit uiteraard de volle aandacht. Tegenwoordig is cultuuruitwisseling met andere landen ook een belangrijk aandachtspunt. Vanwege het Sovjetverleden blijven minderhedentalen een gevoelig punt. Op het 2e tv-net van Letland vindt 20% van de uitzendtijd in deze talen plaats. In 2002 ging 2% van het overheidsbudget naar cultuur. Daarvan ging 44% naar eigenlijke cultuur, 43% naar cultuureducatie en 10% naar archieven en administratie. Veel cultuurprojecten (24% cultureel erfgoed en cultuurtraditie, 23% film en fotografie, 23% muziek, dans en theater, 11% literatuur, 17% interdisciplinair) worden betaald uit de accijns op alcohol en tabak en uit gokopbrengsten. De cultuurkapitaalstichting, die ressorteert onder het ministerie, financierde in 2002 ruim 2100 projecten. In Letland bestaan ruim 8500 cultuurelementen (architectonisch, archeologisch of artistiek) met een beschermde status zoals kastelen, Vikingdorpen, begraafplaatsen uit de bronstijd, beeldhouwwerken, kerken met houtsnijwerk en gebrandschilderde ramen en oude gebruiksvoorwerpen. Veel van dit cultuurschoon is te zien in de oude binnenstad van Riga. Ook zijn er in het land veel oorlogsbegraafplaatsen en dito monumenten die herinneren aan de beide wereldoorlogen. Letland heeft erg onder deze oorlogen geleden. Tijdens de 2e wereldoorlog is de bevolking bijv. met een kwart afgenomen.
Zang, dichtkunst en muziek
Volksliederen (dauna's) en dichtkunst zijn het meest kenmerkend voor de Letlandse cultuur en de huidige Letlandse presidente Dr. Vaira Vike Freiberga is folkloredeskundige. Er bestaan meer dan 1,2 miljoen verschillende teksten en ruim 300.000 melodieën. De eerste verzamelingen zijn in 1807 vastgelegd door Duitsers en de grootste verzameling ooit, de Latvju dainas, is een zesdelig werk dat bestaat uit 8 boeken met 218.000 teksten. Deze is samengesteld door Krišjanis Barons, die leefde van 1833 tot 1923. De teksten bestaan uit 4 regelige verzen en zijn enigszins vergelijkbaar met Japanse haiku's. Ze handelen bijv. over belangrijke levensovergangen en seizoensmarkeringen en worden bij dit soort gelegenheden ook voorgedragen of gezongen (meestal door vrouwen). Letlandse lied en dichtkunst is rond de 20e eeuwwisseling op muziek gezet, onder meer door de componisten Andrejs Jurjans en Jazeps Vitols. In Letland zijn 150 folkloristische zangkoren die behoorlijk groot kunnen zijn. Veel daarvan treden op bij het jaarlijkse Baltisch folkloristische festival dat om de 3 jaar in Riga wordt gehouden. Ook de viering van het 800 jarig bestaan van de hoofdstad in augustus 2001 werd de hele dag opgeluisterd met gevarieerde koorzang van Letten die zich massaal spontaan aandienden bij het plaatselijke vrijheidsmonument. Letland kent, net als Estland, iedere 5 jaar een groot nationaal zang en koorzangfestival. Daarnaast is opera, ballet en gewijde en klassieke muziek populair. De in Riga geboren Mariss Jansons (geb. 1943) is een internationaal hoog aangeschreven dirigent. Het land heeft veel componisten op beide laatste gebieden voortgebracht. In de Domkerk van Riga vinden heel regelmatig orgelconcerten plaats. Naast een opera en een balletfestival in de zomer kent de stad nog veel andere jaarlijks terugkerende cultuurevenementen.
Literatuur en beeldende kunst
De eerste literatuur in het Letlands verscheen pas in de 19e eeuw en het betrof hier opgetekende volksverhalen. De bloeiperiode van de Letlandse cultuur op de overgang van de 19e en de 20e eeuw werkte door op meerdere vlakken. De belangrijkste Letlandse schrijver Jainis Rainis (1865 tot 1923) leefde in deze periode. Zijn werkelijke naam was Jānis Pliekšāns en hij schreef gedichten en toneelstukken. Naar verluidt zou hij net zo beroemd zijn geworden als Shakespeare wanneer hij in het Engels geschreven zou hebben in plaats van in het Letlands en hij werd door zijn volk gebombardeerd tot de Let van de 20e eeuw. Janis Rozentāls was de eerste Letlandse schilder die bekendheid genoot. Hij leefde eveneens rond de 20e eeuwwisseling en schilderde op aangrijpende wijze scènes uit het leven van alledag en portretten. De belangrijkste Letlandse landschapsschilder was zijn tijdgenoot Vilhelm Purvītis. Hij won veel internationale prijzen. Gustav Klucis (1895-1938) ontwierp veel Sovjetpropagandaposters en fotomontages. Karlis Rudevics (1939-2002) leverde een bijdrage aan de emancipatie van zigeuners in Letland door hun poëzie te vertalen en hun legendes in schilderijen uit te beelden.
|
De belangrijkste Letlandse wetenschappers waren de straalaandrijving en rakettechnoloog en astronoom Friedrich Cander (1877-1933) en de biochemicus Vilhelm Ostwald (1853-1932) die een Nobelprijs kreeg voor het ontwikkelen van kunstmest.
|
|