Invloeden, ingrediënten en gerechten
Het seizoen speelde altijd al een hoofdrol in de eetgewoonten. Zo eet men 'zomers beduidend lichter dan s'winters en in de late herfst was er veel van alles omdat men wintervoorraden had aangelegd Tot in de 19e eeuw was ook de regio toonaangevend (mede vanwege de natuurlijke omstandigheden) en de traditionele Estlandse keuken kent al erg lang Duitse invloeden. Ze kan omschreven worden als niet te kruidig, zout, zwaar en tamelijk cholesterolrijk. Gerst en rogge zijn vanouds de belangrijkste granen. Bij het basisvoedsel behoren zuivel, donker roggebrood (Leib), aardappelen, kool, varkensvlees en vis. Om het eten op smaak te brengen gebruikt men vaak mosterd, mierikswortel, dille of karweizaad en als fruit zijn aardbeien, pruimen, (bos)bessen en appels populair. Ook roomkwark, zure room en karnemelk e.d. (bijv karnemelksegortpap) worden nog veel gegeten. Tot de traditionele snacks behoren haring (zout of gerookt) of kiluvoi (paté van sprotjes) met roggebrood (vaak met een slok wodka); koude salades van vis of vlees en groente (bijv rosolje; haring in bietensalade met vinaigrette) en augurken die ingemaakt zijn in zwarte bessenblad, mierikswortel, zout en azijn. Sult is vleesgelei, gemaakt van restjes varkens of kalfsvlees. Voorbeelden van traditionele gerechten zijn gesmoorde gans, gevuld met appels en pruimen en täidetid vasikarind (gegrilde en gebraden kalfsschouder). Gerechten met bospaddestoelen horen vooral bij de nazomer en herfst en bijv verivorst (varkensbloedworst), stampotten, dikke soepen en kringel (Duits rozijnenbrood met noten) zijn voorbeelden van traditionele winterkost.
Consumptiepatronen
Hoewel het gebruik van zuivel (kaas, boter, melkproducten) na 1991 is afgenomen, werd in 1998 nog steeds het grootste van het voedselbudget (37%) hieraan besteed, gevolgd door brood en banket (17%) vlees en vleesproducten (12%) frisdranken (11%) en alcoholische dranken (9%). Het aandeel van de laatste 3 items nam toe, evenals de consumptie van groenten en fruit en luxe voeding. Tegenwoordig zijn chocoladebars en chips populair als snack. De huishoudelijke bestedingen voor eten en niet alcoholische dranken kelderden tussen 1995 en 2005 van 34 naar 18%, de grootste daling binnen de EU (EU 12,5% in 2005). Tegelijkertijd stegen de uitgaven voor restaurants en hotels van 4,8 naar 7,7%; de sterkste stijging binnen de Eu (EU 9% in 2005). Cola is de meest populaire frisdrank geworden. Het deed ook rond 2000 nog opgeld als statussymbool voor jong en snel. Hetzelfde geldt voor bier. De consumptie daarvan is sterk gestegen. Mannen drinken het thuis vaak groepsgewijs in een stevig tempo. Wodka is uit, behalve bij oudere laagopgeleide mannen. Toch hebben supermarkten er nog grote voorraden van. Vrouwen drinken veel minder alcohol dan mannen en doen dat meestal in de vorm van vruchten en bessenwijnen. Esten leggen een sterke voorkeur aan de dag voor (natuur)producten van eigen bodem.
Eetgewoonten
In Estland gaat men s'morgens zelden gezamenlijk aan tafel. Ieder voor zich neemt in de regel een snel ontbijt, bijv van een paar sneden roggebrood of een wit broodje met worst of salami. Een granenontbijt met zoetzure zuivel neemt in populariteit toe en bij het ontbijt drinkt men thee of sterke koffie. De lunch wordt meestal verzorgd door de werkgever en gegeten in de kantine op het werk of het opleidingsinstituut. Wie niet werkt of anders wil luncht bijv. in een café of snackbar of men nuttigt buiten een zelf meegenomen lunchpakket. Het avondeten was tot een in de 90er jaren een sterk sociaal gebeuren, maar mede door de wisselende werktijden verandert ook dit. Het bestaat vaak uit aardappelen met vlees of vis, plaatselijke bitterbalvarianten, groente en brood. Typisch Estlandse toetjes zijn pruimen en appelgerechten (bijv roggebroodsoep met appels) en rabarberpudding. De avondmaaltijd wordt vaak afgesloten met wodka of suikergoed.
|