Home arrow Nederland arrow Cultuur arrow Cultuur in engere zin (vruchten der beschaving)
Cultuur in engere zin (vruchten der beschaving)

 

Beeldende kunst en architectuur

In het buitenland is Nederland vooral bekend geworden door haar schilderkunst. De 15e eeuwse schilder Jeroen Bosch maakte onder invloed van het hallucinogeen bilzekruid mystiek religieus getinte schilderijen met veel kleine details en verwijzingen naar hemel en hel. De Hollandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw was uitgesproken figuratief. Er werden onder meer landschappen, portretten en alledaagse taferelen afgebeeld. Tot de internationale coryfeeën uit deze tijd behoren Rembrandt van Rijn, Frans Hals, Johan Vermeer, Paulus Potter, Jan van Goyen en Jan Steen. In de 19e eeuw schilderde Vin­cent van Gogh landschappen, stillevens en portretten in een karakteristieke wriemelende stijl. Beroemde 20e eeuwse beeldende kunstenaarsschilders zijn Piet Mondriaan (1872-1944; kleur­rijke geometrische patronen); graficus M.C. Escher (absurdistisch figuratief) en Karel Ap­pel (abstract). Joep van Lieshout was rond 2005 wereldwijd de meest geëxposeerde Nederlandse beeldende kunstenaar. Zijn werk is erg veelzijdig met een zekere nadruk op sculpturen en ontwerp. De stijl is een bekende groep ontwerpers en kunstenaars uit de 1e helft van de 20e eeuw. Tot de groep behoorde naast Mondriaan ondermeer architect en ontwerper Rietveld (1888-1964) die faam verwierf met zijn stoelen. Andere fameuze Nederlandse architecten zijn Hendrik Petrus Berlage (1856-1934), Willem Marinus Dudok (1884-1976) en Rem Koolhaas (geb. 1944). Delfts blauw (blauwwitte porseleinen tegel­tjes, vaak met bloempatronen) is Nederlands keramiek dat wereldwijd in trek is.

 

Het be­lang van bloemen als Nederlands cultuurgoed komt ook tot uiting in het voorjaar in toe­ristenattracties als bollenvelden en Keukenhof (Hollandse tulpen) en in het warme sei­zoen in de vele bloemencorso's (optochten van met bloemen versierde voer­tuigen).

 

Denkers

Tot de beroemdste Nederlandse denkers behoren Desiderius Erasmus (16e eeuw) en Baruch Spinoza (17e eeuw). Eramus geloofde in de waardigheid van het individu en was gekant tegen onwetendheid en bijgeloof. Hij vond in zijn tijd al dat de keerzijde van het gebrek aan verfijning van de Hollander zijn eenvoud en eerlijkheid is. Erasmus zelf werd door velen een gebrek aan durf ver­weten. Tot diep in de 20e eeuw vonden de protestanten hem een slapjanus en de roomsen von­den hem onloyaal en ironisch. Spinoza was een waarnemer van de werkelijkheid die de nadruk legde op gematigdheid, redelijkheid en ethiek en een pantheïstisch godsbeeld voorstond.

 

Dat het respect voor sommige denkers aan erosie onderhevig is wordt onderschreven door het feit dat begin 2007 een sculptuur van de denker van Rodin, dat buiten in een beeldenpark stond, onweerstaanbaar werd bevonden door koperdieven. Enige tijd later werd het beeld deerlijk gehavend teruggevonden.

 

Literatuur en dichtkunst

De bekendste 17e eeuwse Nederlandse auteurs zijn historicus, dichter en toneelschrijver PC Hooft en dichtertoneelschrijver Joost van den Vondel. Multatuli (1820-1887) deed via zijn Max Havelaar veel stof opwaaien door zijn indrukwekkende en sociaal bewogen sfeerbeschrijving van het koloniale stelsel in het huidige Indonesië. Ook in het oeuvre van Louis Couperus (1863-1923) speelden Indische wortels een belangrijke rol. Tot de grote 20e eeuwse literaire schrijvers van wie veel werk is vertaald (het vaakst in het Engels) en die allemaal de in Nederland prestigieuze P.C Hooftprijs wonnen behoren Simon Vestdijk (1898-1971) en de naoorlogse auteurs Willem Frederik Hermans (1921-1995), Harry Mulish (geb. 1927), Gerard Reve (1923-2006), Jan Wolkers (1925-2007) en Cees Nooteboom (geb. 1933). In het werk van Mulish spelen de 2e wereldoorlog en apocalyptische thema's een hoofdrol en dat van de homoseksueel Reve bevat provocerende notities m.b.t. de hypocrisie die gepaard gaat aan Hollandse kleinburgerlijke gezelligheid. Schrijver kunstenaar Jan Wolkers werd m.n via zijn boek Turks Fruit een internationaal icoon van Hollandse vrijgevochtenheid (hij weigerde de P.C Hooftprijs). De sterk Europees georiënteerde Cees Nooteboom wordt m.n in Duitsland meer gewaardeerd dan in Nederland en kreeg eind 2008 een eredoctoraat aan de Freie Universität van Berlijn. Hij wordt veel getipt als Nobelprijskandidaat. Van de meeste voornoemde auteurs zijn boeken verfilmd. Na 2000 werden een aantal Nederlandse schrijvers met wortels in Islamitische landen erg populair. Ze wonnen nog niet de P.C Hooftprijs maar een aantal boeken van hen werden al wel vertaald en verfilmd.

 

Voormalig prostituee Xa­viera Hollander verwierf internationale faam met haar openhartige beschrijving van het oudste beroep ter wereld in "the happy hooker". Hele generaties kinderen groeiden in Nederland op met liedjes en teksten van Annie MG Schmidt (1911-1995). Op de middel­bare school kreeg ze ooit een 2 (zeer slecht) voor Nederlands, maar dat heeft niet kun­nen verhinderen dat werk van haar in zo'n 20 talen verscheen. Marjolein Bastin werd in­ternationaal bekend met haar kinderverhaaltjes en karakteristieke stijl van natuurtekenen en Dick Bruna verwierf internationale kinderroem met zijn stripfiguur van een konijntje, "Nijntje". Wereldwijd werden er wel 90 miljoen knuffels van verkocht.

 

Opmerkelijk veel Nederlandse schrijvers wonen in België terwijl het omgekeerde (Belgische schrijvers in Nederland) opvallend weinig voorkomt. Schrijvers zijn een gevoelig slag volk en Belgische schrijvers voelen zich niet zo tot Nederland aangetrokken omdat ze de bevolking bot vinden.

 

Cabaret en film

Cabaret is in Nederland erg populair. Verhaallijnen met een mengsel van komedie, theater, ironie (na 2000 steeds meer provocerend) en politiek engagement komen in het Nederlandse cabaret veel voor. Voor de oorlog was Louis Davids erg bekend en Tom Manders (Dorus), Toon Hermans en Wim Kan zijn voorbeelden van naoorlogse iconen. Ook herinneren veel ouderen zich nog de Snip en Snap revue op de radio van Willy Walden en Piet Muiselaar waar mensen voor thuisbleven. Tot de latere en eigentijdse coryfeeën behoren Kees van Kooten en Wim de Bie, Freek de Jonge, Theo Maassen, Youp van 't Hek, Herman Finkers en cabaretier en acteur met Marokkaanse wortels Najib Amhali. Enkele Nederlandse filmers en regisseurs die beroemd werden in het buitenland zijn de linkse documentairefilmer Joris Evens (1898-1989), Bert Haanstra (1916-1997, maakte vanuit zijn waarnemeroptiek ondermeer documentaires en films die oubollig Nederland typeerden), Paul Verhoeven (regisseerde bijv Turks Fruit) en filmer regisseur Jan de Bont (bekend van ondermeer Turkish Delight, Basic Instinct en The Haunting). Met zijn verfilming van het boek "ka­rakter" van de schrijver Bordewijk won Mike van Diem in 1998 een Academy Award voor de beste internationale film. Regisseur Fons Rademakers (1920-2007) kreeg met zijn verfilming van de Max Havelaar van Multatuli ondermeer hoofdprijzen in Italië, Iran en Denemarken. Rutger Hauer, Jeroen Krabbe, Monique van de Ven, Derek de Lint en Famke Janssen staan in binnen en buitenland bekend als filmster.

 

Muziek

De beroemdste Nederlandse klassieke componist is Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621, veel orgelmuziek) en het bekendste orkest het concertgebouworkest uit Amsterdam. Willem Pijper (1894-1947) verwierf internationale roem met zijn atonale muziek. Het North Sea Jazzfestival, dat ieder jaar in juli werd gehouden in Den Haag, behoort tot de grootste jazzfestivals van Europa. In 2006 verhuisde het festival naar Rotterdam. Voorbeelden van internationaal vermaarde musici in dit genre zijn Rita Reys, Misha Men­gelberg, Han Bennink, Willem Breuker en de saxspelers Hans Dulfer en zijn dochter Candy. Een be­langrijk verschijnsel binnen de jeugdcultuur is de housemuziek. Massale  houseparty's; met oorspronkelijk uit Amerika overgewaaide muziekstijlen als techno, dance, beat, rap (ook populair bij veel groepen allochtone jongeren), hardcore (ook populair bij skinheads) en trance; worden in het land bijna iedere week wel ergens gehouden en ze trekken per gelegenheid tussen de 2000 en 25.000 bezoekers die meestal de hele nacht "uit hun dak gaan". Bij de trancemuziek speelt de DJ een hoofdrol. Tussen 2002 en 2007 verwierven Tijs Verwest (artiestennaam Tiësto) en Armin van Buuren in die hoedanigheid de meeste internationale bekend­heid. The Urban Dance Squad en Osdorp Posse leverden een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van Rap en Hiphop in Nederland. Tot de Nederlandse popgroepen die wereldberoemd werden behoren de 70er jaren groepen Shocking Blue, Golden Earring, Focus en The Nits (de eerste Nederlandse groep die in de voormalige Sovjet Unie optrad). De Zeeuwse groep Bløf reisde rond 2006 de hele wereld door om zich te laten inspireren door muzikanten uit allerlei landen.

 

Maatschappijkritische zanger en liedjesschrijver Boudewijn de Groot werd vooral bekend in de 70er en 80er jaren. Tot de latere Nederlandstalige liedjeszangers die grote nationale bekendheid verwierven behoren Marco Borsato (90er jaren), Frans Bauer, Guus Meeuwes en René Froger. Volkse muzikale fenomenen die als typisch Hollands worden gekapitteld zijn de smartlap (het Hollandse levenslied met als belang­rijkste hedendaagse icoon de in 2004 overleden André Hazes) en het draaiorgel of pierement.

 

Cultuurbeleid

Voor 1970 was het cultuurbeleid sterk gekoppeld aan de verzuiling (het verschijnsel dat ieder levensbeschouwelijk segment eigen cultuurvoorzieningen kent). Nadien kwam de bijdrage van cultuur aan het welzijn van de samenleving als geheel in beeld en het bevorderen van cultuurdeelname werd een belangrijk beleidsdoel. Tussen 1969 en 2002 werden voor steeds meer takken van kunst en cultuur stimuleringsfondsen in het leven geroepen. Vanaf 1988 wordt beleid gevoerd vanuit 4 jarenplannen die worden geëvalueerd door de raad van de kunst. In de 80er jaren lag nadruk op kwaliteitsbewaking en professionalisering en aandachtspunten van de 90er jaren werden privatisering, automa­tisering en decentralisatie. Tussen 2001 en 2004 kregen interculturele aspecten en jon­geren extra aandacht via een vierjarenplan met het thema "cultuur als confrontatie". Daardoor viel de moord eind 2004 op publicist Theo van Gogh door een jonge moslim­fundamentalist cultuurbeleidsmakers wel erg rauw op het dak. Wel bestaat er intussen een hele reeks drempelverlagende voorzieningen voor m.n jongeren en uitkeringsgerechtigden; vaak in de sfeer van kortingen ed.

 

In 2004 ging van het cultuurbudget (€3,6 miljard) 62% naar gemeenten, 29% naar de centrale overheid en 9% naar provincies. In dat jaar werd 21% besteed aan cultureel erfgoed, 28% aan media (uitzendmedia 24%), 37% aan kunsten (uitvoerende kunsten 18%, visuele kunst en literatuur 3,5%, amateurkunst en educatie 12%) en 15% aan openbare bibliotheken. Na 2004 gingen de budgetten voor cultuureducatie en erfgoed iets omhoog, de uitgaven voor podiumkunsten bleven rond hetzelfde niveau, cultuurondersteunende organisaties kregen zo'n 10% minder en het budget voor de publieke omroep ging met ongeveer 7% naar beneden. Het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap heeft een belangrijke rol in de sinds 2004 verplichte inburgeringcursussen.

 

Cultuurfestivals en musea

Veel plaatsen in het land kennen een jaarlijks terugkerend theaterfestival in de zomermaanden en deze worden als maar populairder. Voorbeelden hiervan zijn de Parade in de randstad, het Oerolfestival op Terschelling en het Noorderzonfestival in Groningen. Enkele belangrijke musea zijn het rijksmuseum en het van Goghmuseum in Amsterdam, het Kröller-Muller museum in Otterlo op de Hoge Veluwe (deels een openluchtmuseum), het Groninger museum en het Bonnefantenmuseum in Maastricht (beide Italiaans ontwerp).

 

Voorzieningen en cultuurdeelname

Qua cultuurdeelname lag in 1995 het deel van de bevolking van 15+ dat een museum had bezocht onder het EU gemiddelde. Het bezoek aan klassieke en popconcerten lag daarboven en het theaterbezoek lag er op. In 2005 telde Nederland 447 theaterzalen. Deze gaven ruim 47.000 voorstellingen (+2%) die 16,4 miljoen keer werden bezocht (+5%). Evenementhallen en beurzen trokken  91 miljoen bezoekers (-15% t.o.v 2004). In 2005 zag 15% van de Nederlanders van 11plus 3 keer of vaker per jaar één van de 775 musea van binnen. Musea werden 19,6 miljoen keer bezocht (bijna 30% gratis of met korting, 24% door buitenlanders; kunst en geschiedenismusea ieder 30%, musea voor bedrijf en techniek 15%). Tussen 1995 en 2003 nam onder de bevolking van 11+ het museumbezoek (minstens eens per jaar) toe van 34 naar 37% en het bezoek aan podiumkunsten daalde van 27 naar 25%. De 351 openbare bibliotheken (36% minder dan in 2000) boekten 135 miljoen uitleningen (-4% t.o.v 2004). In 2000 werden de 845 archieven 188.000 keer bezocht, in 99% van de gevallen voor een stamboomonderzoek. In 2003 trokken de 230 instellingen voor kunstzinnige vorming 230.000 cursisten (-2,5%, er was al jaren een dalende tendens); 63% ging op muziekles, 16% naar een cursus beeldende kunst en 10% naar dansles. Van alle Nederlanders boven de 12 had 11% tekenen en schilderen als hobby en een half miljoen Nederlanders speelde in een bandje. 

 

De tabel hieronder (vanuit onderzoek van Andries van den Broek; november 2006) geeft een indruk van de cultuurdeelname naar etnische groepen bij stedelingen.

 

Cultuurpraktijken naar etniciteit, % deelnemers in de afgelopen 12 maanden onder stedelingen van 15-65, 2006

 

Turken

Marok-kanen

Surina-mers

Antili-anen

Neder-landers

Gesettelde cultuur

33

33

38

38

51

Popcultuur

59

51

73

68

75

Informele culture

69

61

67

57

56

Amateur cultuur

18

17

29

31

36

 

Zoals de navolgende tabellen laten zien komt de deelname bij in Nederland geboren kinderen uit allochtone ouders meer in de buurt van de autochtone deelname.

 

Cultuurpraktijken 2e generatie, % deelnemers in de afgelopen 12 maanden onder stedelingen van 15-65, 2006

 

Turken

Marok-kanen

Surina-mers

Antili-anen

Neder-landers

Gesettelde cultuur

37

39

41

48

50

Popcultuur

71

71

76

79

74

Informele culture

68

58

65

62

56

Amateur cultuur

22

20

43

44

36

 

De tabel die nu komt geeft een indruk van de deelname qua lezen en bibliotheekbezoek.

 

Lezen en bibliotheekbezoek naar etniciteit, % lezers/ bezoekers in de afgelopen 12 maanden onder stedelingen van 15-65, 2006

 

Turken

Marok-kanen

Surina-mers

Antili-anen

Neder-landers

Boeken lezen

   Allen

47

45

59

62

71

   2e generatie

58

65

70

76

71

Bibliotheekbezoek

   Allen

31

34

30

31

37

   2e generatie

47

52

44

42

37

 

Tenslotte volgt nog een impressie omtrent het TV kijkgedrag.

 

TV kijkgedrag naar etniciteit, % stedelingen 15-65 dat 5 dagen of meer per week kijkt in 2006

 

Turken

Marok-kanen

Surina-mers

Antili-anen

Neder-landers

Nederlandse publieke TV

   Allen

81

88

91

87

91

   2e generatie

76

88

85

84

91

Nederlandse commerciële TV

   Allen

85

88

94

96

94

   2e generatie

92

98

94

94

94

TV kanalen uit land van oorsprong

   Allen

86

61

--

--

--

   2e generatie

76

40

--

--

--

 
< Vorige   Volgende >
Internet Solutions by IT Elements