|
Huidige staatsvorm
De huidige Nederlandse grondwet dateert van 1815, maar is sindsdien regelmatig bijgeschaafd. Het land kent een constitutionele monarchie met een 2 kamerparlement (de Staten Generaal). De monarchie is erfelijk. Tussen 1948 en 1980 was Juliana (1909-2004) koningin. Ze was erg geliefd bij het volk. Op 30/4-1980 werd ze opgevolgd door Beatrix. De huidige kroonprins heet Willem Alexander. De wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht zijn van elkaar gescheiden. De uitvoerende macht is in handen van het staatshoofd en de regering. Het parlement (de Staten-Generaal) heeft de wetgevende macht. De regering moet haar beleid (inclusief de eventuele strapatsen van het koninklijk huis) verantwoorden bij het parlement. Gedrag van het koninklijk huis kan ertoe leiden dat een regering wordt weggestemd. De monarch mag alleen politieke uitspraken doen met toestemming van het regeringshoofd (de premier) en heeft geen invloed op de samenstelling van de regering. Wel benoemt de vorst na verkiezingen een kabinetsformateur en een minister-president. De koning heeft op 2 manieren een adviserende stem; via de raad van state (een adviescollege voor de regering waar ook de kroonprins deel van uitmaakt) en via een wekelijks overleg met de premier.
|
In april 2008 speelde de kwestie van de ministeriële verantwoordelijkheid op in verband met de opstelling van de regering ten opzichte van de Chinese onderdrukking van de vrije meningsuiting in Tibet. Men overwoog om de mogelijkheid open te houden dat om een gebaar te maken de premier niet aanwezig zou zijn bij de openingsceremonie van de Olympische spelen in Peking. Een serieus probleem daarbij is de positie van kroonprins Willem Alexander die als lid van het IOC moeilijk kan ontbreken bij deze opening.
|
Het parlement bestaat uit een 1e kamer met 75 zetels en een 2e kamer met 150 zetels. Beide kamers worden om de 4 jaar gekozen, de 2e kamer rechtstreeks en de 1e kamer indirect door Provinciale Staten (de provinciale regeringen die wel direct worden gekozen). Na 2e kamerverkiezingen wordt de leider van de grootste partij meestal minister-president. Een wetsvoorstel wordt eerst doorgepraat en geamendeerd (bijgesteld) door de 2e kamer, waarna erover wordt gestemd. Wanneer het er door komt moet het in zijn geheel worden goedgekeurd door de 1e kamer, hetgeen vrijwel altijd geschiedt.
|
De gevleugelde uitdrukking van Nederlands bekendste voetbalcoryfee Johan Cruyff "elk voordeel heeft zijn nadeel" (hetgeen men ook om kan keren) kan gezien worden als een resultaat van de overheersende overlegcultuur. Deze bestaat al minstens vanaf de 17e eeuw en is in de hand gewerkt door de grote bevolkingsdichtheid en de strijd tegen het water. Ze heeft ertoe geleid dat Nederlanders elkaar onderling zelden de hersens inslaan en goed handel kunnen drijven, maar tegelijkertijd moeilijk een eenduidig standpunt kunnen innemen. Eén en ander vormt de achtergrond van het veelbesproken poldermodel en gedoogbeleid.
|
|