Home arrow Litouwen arrow Locatie, landschap en klimaat arrow Landschap, grondgebruik en natuurlijke hulpbronnen
Landschap, grondgebruik en natuurlijke hulpbronnen
 

Geografie en landschap

Het zeewater voor de Baltische kusten is brak en getijverschil is er vrijwel afwezig. De meest noordelijke 30 km van de Litouwse Oostzeekust vormt tot aan de havenstad Klai­pèda een verlengstuk van de Letlandse kust en kent voornamelijk duinen en zandstran­den. Een stukje ten zuiden van deze havenstad begint de Kuršiu Nerija of Koerse land­rug. Deze 98 km lange, maximaal 4 km brede en tot ruim 60 meter hoge schoorwal ligt voor ongeveer de helft op Litouws grondgebied en loopt daarna door naar het zuiden in de richting van Kaliningrad. Ze scheidt het Koerhaf, een in breedte toenemende lagune, van de open zee. In het zomerhalfjaar komen in deze contreien veel vogelaars en in de winter veel ijsvissers. Het zuidwestelijke deel van het vasteland van Litouwen bestaat grotendeels uit vlak boerenland met rivieren en beken. De rest van het land is hoger ge­legen en meer glooiend. De hoogste bulten van Litouwen, de 294 m hoge Juozapine en de 293 m hoge Kruopine, bevinden zich in het oosten niet ver van de Witrussische grens. Litouwen telt 2830 meertjes groter dan een halve hectare (de meeste langs de oostgrens) en ruim 700 rivieren en beken.

 

Grondbedekking, soortenrijkdom en natuurlijke hulpbronnen

Zo'n 6% van het landoppervlak is bedekt met binnenwater en moeras. Vruchtbare klei is met 55% de meest voorkomende grondsoort en het grootste deel van de grond (46%) is in gebruik als akkerland (het meest graan en aardappelvelden) of wei­land; op 32% ervan staat bos en de overgebleven 16% is woeste grond of wordt in be­slag genomen door wegen en bebouwing. In 2004 was 12% van het grondoppervlak (Eu­ropa 8,4% in 2003) beschermd natuurgebied. Het bos in Litouwen bestaat voor ongeveer 40% uit dennen en voor het overige uit sparren en loofbomen (veel berken, elzen en wil­gen). In het zuidoosten van het land is nog wat oerbos en de rest van het bos is groten­deels aanplant. In Litouwen groeien 1796 soorten hogere planten en veel soorten eetbare paddestoelen. Het verzamelen van paddestoelen, bessen en kruiden is een nationale hobby. In 2002 telde het land 68 soorten landzoogdieren (bijv elanden, hertensoorten, otters, bevers, wasberen, wilde katachtigen) waaronder 5 bedreigde en 201 soorten broedvogels, waarvan 4 bedreigd. Er broeden bijv duizenden paren zwarte en de gewone ooievaars (de nationale vogel; net als in Nederland bestaan er fokprogramma's voor) en de meren en rivieren zitten vol vis (39 soorten). Dode natuurlijke hulpbronnen zijn zand en grint, kalk en dolomiet voor de glas, cement en ke­ramiekindustrie, anhydriet, turf, mineraalwater, aardolie (6% eigen behoefte), thermische energie, ijzererts, waterkracht en barnsteen (fossiele hars).

 
< Vorige   Volgende >
Internet Solutions by IT Elements