Home arrow Litouwen arrow Cultuur arrow Gezondheidszorg en volksgezondheid
Gezondheidszorg en volksgezondheid
 

Zorgstelsel, voorzieningen, gebruik en betaling

In de Sovjet periode kende Litouwen een gratis staatsgezondheidszorg met speciale pri­vileges voor overheidsambtenaren. Na de hervonden zelfstandigheid kwam er in 1994  nieuwe wetgeving die aanstuurde op een geleidelijke hervorming van het stelsel via pri­vatisering en ruimte voor het concurrentieprincipe. In 2003 vonden Litouwers na Slowaken en Polen hun zorgstelsel het slechtste binnen de EU8. In EU25 verband deelde men in dit opzicht met Griekenland een 20e en 21e plaats. Tussen 1995 en 2003 daalde per 10.000 inwoners het aantal ziekenhuisbed­den van 111 naar 77 en het aantal artsen van 41 naar 40 (4e EU25). Het aantal tandart­sen steeg van 5 naar 7 per 10.000 (7e EU). In 2002 waren er 76 verpleegkundigen (9e EU) en 6 apothekers per 10.000 inwoners. In dat jaar werd 24% van de bevolking (4e EU) in het ziekenhuis behandeld. Degenen die werden opgenomen bleven er gemiddeld 8 etmalen (vrij lang naar EU25 maatstaf) en de ziekenhuisbedden waren voor 74% (rond EU gemiddelde) bezet. Litouwers gingen gemiddeld 6 keer per jaar (EU10 7 keer) naar de dokter. Tussen 1995 en 2003 stegen de over­heidsuitgaven voor de zorg van 5.2 naar 6% van het BBP (3 na laagste EU25) en in 2003 lagen de consumentenuitgaven hiervoor op 4.9% van het huishoudbudget. Voor kinderen tot 16, zwangere vrouwen en gehandicapten en bij acuut noodzakelijke hulp en een aantal bij wet omschreven ziekten is de gezondheidszorg gratis. In 2001 werd 71% van de zorg bekostigd via de overheid (9% overheidsbijdragen, 62% sociale verzekeringen) en de rest moest bijna volledig uit eigen zak worden betaald (particulier verzekeren staat nog in de kinderschoenen). De hoge eigen bijdragen, vooral voor niet direct noodzake­lijke medische kosten, maakten de gang naar een (para)medicus voor velen moeilijk.

 

Ontwikkelingen in de volksgezondheid

In de periode kort na de hernieuwde zelfstandig hadden de wegvallende zekerheden en de grote maatschappelijke veranderingen hun weerslag op de volksgezondheid. Rond 1995 kende Litouwen (m.n. bij mannen) het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld en het hoogste sterftecijfer van Europa door verkeersongelukken. Ook de sterfte door andere externe doodsoorzaken (vergiftiging, alcoholisme, andere ongelukken), geestes en zenuwziekten en hart en vaatziekten, alsmede de frequentie van infectieziekten (waaronder SOA, tbc en Hepatitis B) waren, net als in veel voormalige Sovjet landen, vele malen hoger dan in de EU. Hetzelfde gold m.b.t. abortussen, de sterfte onder zuigelingen en de moeder­sterfte bij bevallingen. Het gemiddelde leeftijdsverschil bij overlijden tussen mannen en vrouwen bedroeg in 1994 ruim 12 jaar. Kort na de millenniumwisseling waren veel van de bovengenoemde verschillen met de EU bijgetrokken. Het leeftijdsverschil tussen de sek­sen bij overlijden lag in 2004 op 11 jaar en het aantal abortussen was vrij laag naar EU8 maatstaven. De sterfte bij de bevolking onder de 65 (alle oorzaken; m.n. externe oorza­ken, circulatieziekten, hartaanvallen en hersenbloedingen) was in 2001 na Estland en Letland nog wel de hoogste binnen de EU25. Ook qua aandeel tbc en syfilisgevallen bleef men bij de EU top horen. M.b.t. de sterfte door kanker zat men in de middenmoot, maar het aandeel gevallen van HIV-AIDS was (in tegenstelling tot Estland en Letland) laag binnen de EU25. De belangrijkste doodsoorzaken waren in 2003 hartvaatziekten (55%) gevolgd door kanker (20%) en uitwendige oorzaken (13%). Al met al was het aan­deel Litouwers dat de eigen gezondheid negatief beoordeelde (19%) in 2003 het hoogste binnen de EU25 na Letland en Polen.

 

Levensstijl

In 2002 lag het aandeel rokers bij man­nen op 55% (hoog naar EU maatstaven) en bij vrouwen op 17% (laag naar EU maatsta­ven). Het cannabisgebruik onder 15-35 jarigen in het jaar voorafgaand aan de vraagstelling lag in 2002 rond 7% (vrij gemiddeld naar EU25 maatstaven, NL 12%, Tsje­chië 22%). In 2004 gaf 2% van alle volwassenen toe in het jaar voor de vraagstelling cannabis gebruikt te hebben. In 2003 erkende 13% van de scholieren het roesmiddel ooit tot zich te hebben genomen en 5% gaf amfetaminegebruik ooit toe. In 2006 was 16% van de Litouwers (EU 26%) voorstander van het legaliseren van cannabis voor persoonlijk gebruik. De officiële alcoholconsumptie per hoofd was 6 liter in 1996 en 10 liter in 2000 (9e EU25), maar de werkelijke consumptie ligt hoger. Omdat illegale drankconsumptie de officiële cijfers over het alcoholgebruik ernstig vertroebelt, werden die in de 90er jaren een tijdje niet meer gegeven. Tussen 1995 en 2002 werd het eetpatroon in zoverre gezonder dat de con­sumptie van vleesproducten met 20% daalde en die van groenten, fruit en visproducten sterk steeg. De consumptie van eieren, zuivel en suiker nam echter ook flink toe.

 
Volgende >
Internet Solutions by IT Elements