Eten en eetcultuur vroeger
Vroeger was eten omgeven met bijgeloof en rituelen waarin ook gastvrijheid een belangrijke rol speelde. Zo werd het op de grond vallen van een vork geassocieerd met de komst van en vrouwelijke gast en van een mes of lepel met een mannelijke aankomst. Ook werd direct na de komst van gasten een overvloedig maal op tafel gezet en er werd sterk op aangedrongen dat de gast at en dronk. Dit laatste gebeurt nu nog om gasten een welkom gevoel te bezorgen. Vooral zelfgebakken brood (vroeger altijd zuurdesem) had een hoge status. Wanneer een snee brood per ongeluk op de grond viel werd het zorgvuldig opgepakt en gekust, vergezeld van een excuusformule. Rogge, gerst (voor bier), tarwe, boekweit en haver zijn vanouds de belangrijkste granen (grûdai). Honing werd gebruikt om te zoeten en lijnzaad en hennep waren grondstof voor olie. Van het laatste en van esdoorns, berken en honing werden ook dranken gemaakt. Dranken werden thuis geproduceerd. De aardappel wordt gegeten vanaf de 18e eeuw. Men gebruikt de knol veelzijdig, bijv ook om wodka van te stoken.
Basisingrediënten en gerechten
Net als overal is de Litouwse keuken beïnvloed door keukens uit omringende landen. Daartoe behoort het vroegere Pruisen (Duitse invloed). De traditionele keuken van het land kan worden omschreven als eenvoudig, smaakvol en niet al te zwaar. Vanouds kent men veel streekgerechten; in het noordoosten pannenkoeken en huttenkaas, in het noordwesten zure boter, pap en watergruwel; in het zuidoosten boekweit en bospaddestoelen, in het zuidwesten gerookt vlees en worst (Pruisische invloed) en langs de kust en bij meren vis. Een voorbeeld van een heel simpel gerecht is Kostinis Zemaitija; een mengsel van verwarmde boter en zure room met uien en peper. Het wordt gegeten met gekookte aardappelen of op roggebrood. Beide zijn echt basisvoedsel in Litouwen. Cepelinai (aardappelzeppelin) is een soort aardappelloempia met bijv rundergehakt, bacon, ui en zure room als ingrediënten. In Spangouoliu kisielius, een cranberrypudding met suiker, kaneel en kruidnagel wordt aardappelmeel als bindmiddel gebruikt. Kugelis of aardappelpudding van aardappelpuree, bacon, melk, uien, eieren, zwarte peper, laurierblad en majoraan is een erfenis uit Pruisen. Ook zuivel (melk, room, boter en kaas in zure of zoete vorm, bijv met karwijzaad), eieren, varkensvlees en haring behoren tot het basisvoedsel. Als groenten en kruiden zijn rode bieten, kool, uien, wortels, tuinbonen, erwten, rapen, komkommers en augurken en als kruiden knoflook, radijs, mierikswortel, dille, karwijzaad, blauwmaanzaad, koriander en peper belangrijk.
Litouwers zijn meer op vlees dan Esten en Letten. Men eet varkensvlees in alle denkbare vormen en onderdelen. De kop van het varken wordt daarbij niet over het hoofd gezien en bij een pot bier knabbelt al sinds mensenheugenis menig Litouwer graag van een gebakken varkensoor (ausys rukytos). Skilandis of kindzius is gekruide en gerookte varkensworst. Spek, bacon, ham en worst hebben nogal eens de geur van jeneverbes. Ook gevogelte van rond het huis (kip, eend, gans, kalkoen), kalf, lam en konijn ziet men bij tijd en wijle graag in de pan. Aan zoetwatervis zijn paling, baars en snoek het meest geliefd. Appelbomen zijn de voornaamste fruitbomen, maar ook peren, kersen en pruimen worden veel verwerkt. Kleinfruit uit bos of tuin kan in allerlei gerechten zitten, zelfs in de soep. Verder eet men nogal wat bospaddestoelen (grybai), bosvruchten, kruiden en hazelnoten. Het verzamelen van deze items vormt al heel lang een populair familie-uitje tijdens lente, zomer en herfstweekenden. Soepen zijn in het land erg populair en werden vroeger dagelijks gegeten, soms zelfs als ontbijt. In veel soepen zit een zuur ingrediënt dat de soep lichter verteerbaar maakt (bijv. zure room). In het winterhalfjaar eet men warme soepen (bijv, zuurkool of bietensoep). Zo is bietensoep met uien, wortels, boleten, laurierblad en zure room of plantaardige olie een traditioneel gerecht voor kerstavond. In het zomerhalfjaar eet men vaak koude soepen met bessen, vruchten, zuring of bietenlof. Saltibarsiai is koude bietensoep en mutinys is een koude zoete soep met ondermeer roggebroodkruim, suiker en kleinfruit. Ook soep wordt gegeten met roggebrood en in soep gekookt vlees wordt wel als 2e gang opgediend.
Eetgewoonten
In Litouwen wordt bij het ontbijt vaak roggebrood gegeten met kaas en vleesbeleg (worst, bacon, ontbijtspek, salami) en men drinkt steeds meer koffie of thee (vroeger melk of karnemelk). Een granenontbijt met zuivel neemt in populariteit toe. De warme lunch wordt vaak verzorgd door de werkgever en gegeten in de kantine van werk of school. Traditioneel Litouws eten (dikke groentesoepen met brood, stampotten van kool ed.) wordt hier afgewisseld met internationale gerechten als pizza, pasta, vleesburgers of patat. De avondmaaltijd is een sterk sociaal gebeuren. Hierbij wordt het onvermijdelijke roggebrood genuttigd met bijv. zure soep, vleeswaren, vis, aardappelsalade of gevogelte en er wordt vaak lang nagetafeld.
Consumptiepatronen
Door de toenemende welvaart is het aandeel van voedsel in het huishoudelijke uitgavenpakket tussen 1996 en 2002 gedaald van ruim 55 naar ruim 41%. Voor de millenniumwisseling werd slechts zo'n 10% van het voedselpakket in grote supermarkten gekocht en bijv. de omzet van kant en klare maaltijden was toen nog praktisch nihil. Wel bestond er een zekere voorliefde voor geïmporteerde westerse voedingsitems omdat het gevoel leefde dat die beter van kwaliteit zijn. Ook gingen de Litouwers vaker uit eten en er kwamen steeds meer (al dan niet etnische) restaurants en cafés. Daarnaast nodigt men graag mensen thuis uit bij de maaltijd, want gastvrijheid is een belangrijke norm. Officieel is bier de meest verkochte drank (ongeveer tweederde van de drankomzet) en het wordt vrijwel alleen gedronken door mannen. Wodka is vooral populair onder mannen van middelbare leeftijd. Voor de zakenlieden onder hen behoort dit vaak bij het zakenentertainment, maar het drinken van bronwater wordt getolereerd. Zelf gestookte dranken als mede (midus) en gegiste sappen van esdoorn of berken behoren nog steeds tot het Litouwse repertoire. Ongeveer 12½% van de officiële uitgaven aan alcoholische dranken gaat op aan wijn. Mousserende witte wijnen, cider en champagne worden veel door vrouwen genuttigd. Vrouwen drinken aanzienlijk minder alcohol dan mannen en ze doen dat vrijwel nooit in het openbaar omdat dat niet hoort.
|